Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weldadigheid, dus zonder dat de gemeentebesturen ook maar eenigermate aan de eischen van art. 14 der Armenwet gehouden zijn.

Het verminderen van die eischen zou, wat het laatstgenoemde punt betreft, vermoedelijk weinig verandering brengen. Misschien ook niet om het eerstgenoemde. En voorzoover het dit hier deed, zou de verandering waarschijnlijk eene minder gunstige zijn, in zoover de subsidiën werden vermeerderd.

Verder ware naar mijne overtuiging gewenscht, dat alle dergelijke subsidiën verminderd werden, bepaaldelijk, indien daarmeê gepaard ging inkrimping van alle burgerlijk armbestuur, met de bedoeling te kómen tot het geheel doen verdwijnen van die overheidsbemoeienis.

Het is zeer begrijpelijk, dat velen beducht zijn voor het gaan in die richting. Particuliere armenzorg zal — zoo meent men vaak — nooit in alle gevallen kunnen voorzien. Maar de openbare armenzorg brengt in dit opzicht geene beterschap aan; wel verergering. De Bosch Kemper schreef terecht: „Eene hoofdoorzaak toch der armoede is zorgeloosheid der groote menigte. Alles nu, wat die zorgeloosheid kan vermeerderen, is gevaarlijk te achten," enz.1). En juist daarom steekt in alle burgerlijke armenzorg zoo groot gevaar. Jhr. Mr. Smissaert schreef omtrent openbare armenzorg2): „In de praktijk — en het is altijd de praktijk, die inzake armenzorg het belangrijkst is — komt het ten slotte vrijwel op hetzelfde neer, of men den arme recht op onderstand geeft of niet. Immers weet de arme, dus gaat de Schrijver door, „dat hij onder zekere omstandigheden van het gemeentebestuur of burgerlijk armbestuur onderstand zal erlangen." Ook zeide Mr. van Lynden reeds 10 Mei 1854 in de Tweede Kamer der Staten Generaal: „De eerste bron, die door het openlijk en regelmatig steunen der armen van staatswege, op vele plaatsen is opgedroogd, is de spaarzaamheid en de zucht om in eigen behoeften te voorzien, het beginsel van zelfbehoud zoo krachtig in den mensch, maar dat verlamd wordt door de overtuiging, dat de openbare

1) T. a. p., bl. 252.

2) T. a. p., bl. 148.

Sluiten