Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ernstige gevolgen, die daaruit voor de maatschappij zouden voortvloeien."1)

Wat soms met eenige inspanning onder den drang der omstandigheden aan particuliere hulp wordt bijeengebracht, verdient toch meer aandacht dan daaraan nog geschonken wordt. Zoo had de diaconie van de Gereformeerde Kerk te Amsterdam in de laatstverloopen jaren herhaaldelijk behoefte aan bij zonderen steun, en werd ook daarin met niet geringe bedragen voorzien. Eene extra-collecte voor de diaconie bracht aldaar in de godsdienstoefeningen op: fahsyt in Januari 1910 f 6111.75 1914 - 9215.265 „ September 1914 - 6879.08 „ Juni 1917 - 7901.075

I Januari 1919 - 7111.77» In het geheel waren de ontvangsten van de diaconiekas dier Kerk:

in 1905 f 46.511.04. „ 1907 - 50.192.675 „ 1910 - 62.341.21 „ 1911 - 63.103.725 „ 1912 - 61.686.775 „ 1914 - 57.244 „ 1915 - 56.829.405 ,, 1915 - 55.167.125 de eerste helft van 1918 - 33.603.60

Hierboven wees ik reeds op wat voor de Gereformeerde Kerken gedaan is, sedert zij zich van de organisatie van 1816 hebben losgemaakt. Vóór 1886 zoude waarschijnlijk zelfs de overgroote meerderheid van wie in die beweging zijn medegegaan, onmogelijk hebben geacht wat allengs is gezien; althans niet gewaagd hebben dat spoor in te gaan op grond van beiekening 2).

1) T. a. p., bl. 815.

2) Daarbij zij nog onder de aandacht gebracht, dat de Gereformeerde Kerken na 1886 ook de zending in Ned.-Indië met kracht hebben aangevat, en dus wat die kerken daaraan besteden, naar ik meen, stellig op ongeveer f 100.000 's jaars geschat mag worden.

Sluiten