Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„arbeid dus de voorkeur verdient boven dien van burgerlijke „instellingen, achtten zij het rationeel aan kerkelijke en bijzondere instellingen, die beschikken over goede krachten, maar „niet over de noodige fondsen, subsidie te verleenen ten einde „hen in staat te stellen van die krachten gebruik te maken. „Natuurlijk zouden de subsidies niet moeten dienen tot dek„king van eventueele tekorten, maar gegeven moeten worden, „naar verhouding tot het bedrag, waarover de instellingen „uit eigen middelen kunnen beschikken. Wordt op deze wijze „de armenzorg meer geconcentreerd in de handen van zulke „instellingen, dan zou de subsidieering ook het voordeel heb„ben, dat de armen minder worden lastig gevallen door bedoeken van armbezoekers van verschillende, hun hulp verschaffende, instellingen. Bovendien kan zoodanige steun ten „slotte nog eene besparing van onkosten brengen voor de „gemeentekas. Neemt de gemeente zelve de verzorging van „armen ter hand, zoo moet zij ook de bezoldiging der armbe„zoekers betalen. Subsidieert de gemeente echter kerkelijke „of particuliere instellingen, dan betaalt zij slechts een deel „der ondersteuning, terwijl dan de arbeid voor het grootste „deel gratis door diakenen of vrijwillige armbezoekers wordt „verricht".

De meerderheid van de Commissie van Voorbereiding kon zich met deze beschouwingen niet vereenigen. Zij vreesde dat de armverzorging door kerkelijke of particuliere instellingen, als werk der liefdadigheid, door subsidieering hare vrijwilligheid en hare vrijheid zou inboeten. Ook vreesde men gemis van waarborg, dat het geld der overheid goed werd besteed en meende men, dat ondersteuning met geld uit de algemeene kas niet afhankelijk mag zijn van andere dan economische omstandigheden.

De groote meerderheid kon zich ten slotte wel vereenigen met de ontworpen bepalingen, indien maar in de wet de bedoeling om slechts in zeer bijzondere gevallen subsidies toe te staan, duidelijk bleek. Als zoodanige gevallen werden genoemd :

le. verhoudingen, waarbij de subsidie voortspruit uit gesloten overeenkomsten of historisch verkregen rechten;

Sluiten