Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zooals uit de besprekingen van de vorige jaren in onze Vereeniging wel duidelijk is gebleken, kunnen voor velen die, zonder het voorwerp van armenverzorging te, worden, in bepaald omlijnde noodgevallen zijn geraakt, met de onbestreden medewerking van de overheid speciale voorzieningen worden getroffen door speciaal daarop ingerichte instellingen. Maar ook zij die tot algemeene armoede zijn vervallen en daardoor binnen den kring der algemeene weldadigheid zijn geraakt, mogen niet uitgesloten worden van al die maatregelen van sociale zorg, die noodig zijn tot hunne reclasseering en om hen weder tot zelfstandigheid en onafhankelijkheid te brengen.

In de jaarvergadering onzer Vereeniging in 1917 werd de vraag besproken in hoever het aanbeveling verdient scherpe grenzen te trekken tusschen den arbeid der instellingen van weldadigheid en dien van andere instellingen van sociale voorzorg. Een ruime plaats wenschende toegekend te zien aan instellingen, die zich wijden aan bijzondere onderwerpen van sociale voorzorg, bleek men toch wel algemeen overtuigd, dat van het trekken van scherpe grenzen moeielijk sprake kan zijn nu meer en meer ingezien werd, dat ook van de instellingen van weldadigheid geen goede armenverzorging kan uitgaan, indien zij de oogen sluiten voor de behoefte van hare armen aan maatschappelijke opheffing. „De armenzorg — of „hoe men haar in de toekomst noemen zal — moet," aldus concludeerde de prae-adviseur Dr. J. H. Adriani l), „haar „taak steeds breeder opvatten en zich aanpassen aan de be„hoeften van den tijd. Daardoor zal zij het vertrouwen verderven, dat zij noodig heeft; haar naam moet genoemd „kunnen worden, zonder afkeer op te wekken. Naast haar „moeten de instellingen van sociale voorzorg arbeiden, zelfstandig en' daarom onderscheiden van de armenzorg in al„gemeenen zin; maar wie de terreinen door scherpe kloven „scheiden wil, miskent de armenzorg in haar wezen, veroordeelt haar tot langzame versteening en belemmert de goede „ontwikkeling van een kracht, die, ook bij aanzienlijke uit-

1) Geschrift XXI, bladz. 48.

Sluiten