Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publiek gezag (gemeentebestuur of burgerlijk armbestuur) deze verzorging geheel op zich nemen ?

Het wil mij voorkomen, dat dit niet mag worden aanbevolen en dat met leede oogen moet worden aangezien dat wegens gebrek aan fondsen bij de kerkelijke en particuliere instellingen steeds meer armen genoodzaakt worden zich te wenden tot de burgerlijke besturen.

Men heeft hier niet te doen met menschen, die door omstandigheden in een bepaald omlijnd noodgeval zijn geraakt, waaruit zij, hetzij door eigen krachtsinspanning, hetzij door medewerking van anderen of van de overheid opgeheven kunnen worden zonder dat er eenige zorg behoeft te bestaan voor hunne verdere persoonlijke omstandigheden, maar het gaat hier om de beste wijze van behandeling van sociaalonmachtigen, wier stoffelijke nood niet alleen is te lenigen, maar wier uiteenloopende aard (geest en karakter) en omstandigheden (geslacht, leeftijd, gezondheidstoestand, opleiding) eene behandeling noodzakelijk maken naar elks volledigen toestand. Dit is noodzakelijk om te komen tot die maatschappelijke en tevens geestelijke opheffing, die het doel moet zijn. van de armenverzorging. Zal de onmisbaarheid hierbij van het geestelijk element de overheid niet noodzaken bij de verzorging der armen buiten haar terrein te treden? Is het mogelijk de rechte weldadigheid van mensch tot mensch uit te oefenen met inachtneming van strikte neutraliteit en zonder de door religieuze of wijsgeerige overtuiging bezielde naastenliefde ?

Ik zal de laatste zijn om de wijsheid en de plichtsvervulling van onze Nederlandsche ambtenaren te kleineeren. Te hunnen nadeele wordt het werk van minder geschikte elementen dikwijls te veel gegeneraliseerd. Maar dat bij een werk als dat der armenverzorging, waar het leven zoo moet primeeren boven formalisme, gevaar bestaat voor wat men in minder goeden zin ambtenarij pleegt te noemen, mag niet voorbij gezien worden. Wat daarbij verzuimd of bedorven wordt door het gemis van het innerlijke contact tusschen den arme en zijn verzorger, van de noodige opleiding tot dezen verantwoordelijken arbeid, van eene moreele overtuiging die de

Sluiten