Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richting van het handelen bepaalt, van een kiesch medegevoelen en medeleven met den arme, is onherstelbaar.

Dit een en ander wordt niet gezegd uit te weinig waardeering voor de armenverzorging, zooals deze door menig burgerüjk armbestuur is en wordt opgevat.

Toen in onze jaarvergadering van 1918 gewezen werd op de mogelijkheid, dat zoowei de toenemende toepassing van meervoudige ondersteuning als het uitsluiten van een deel der armen van de kerkelijke of particuliere armenzorg, wel zou moeten leiden tot uitbreiding van de zorg der burgerlijke armbesturen, merkte de heer Polenaar, die het werk van het Burgerlijk Armbestuur zeer hoog aansloeg, naar aanleiding van de bewering, dat het Burgerlijk Armbestuur niet geoutilleerd is voor de armenzorg, het volgende op:1) „Ik „geloof dat het Burgerlijk Armbestuur in een gemeente als „Amsterdam beter geoutilleerd is dan welke andere vereeniging, „omdat de nervus rerum er is, men heeft het geld, en inde „tweede plaats omdat het de hulp krijgt van de particuliere „instellingen, die het geld van het Burgerlijk Armbestuur „brengen in de gezinnen, en daar de liefde brengen, die het „Burgerhjk Armbestuur, als zoodanig, niet heeft. Het Burgerlijk Armbestuur vervult alleen de maatschappelijke verplichting om de armoede te bestrijden, maar daarnaast verbiest het Burgerhjk Armbestuur niet uit het oog den zedelijken „plicht om armen op te heffen waar dat kan. Het doet dat „door tusschenkomst van particuliere vereenigingen van kerkdijken en niet-kerkelijken aard."

Het is zeker menigmaal aan de overheid of aan een burgerhjk armbestuur gelukt de hand te leggen op uitnemende armverzorgers, die zoowel door hun eigen werkzaamheid als door een uitstekende door hen in het leven geroepen organisatie groote verdiensten hebben verworven. Daarvoor moeten wij dankbaar zijn, want bij de grootste uitbreiding van de kerkelijke en bijzondere armenzorg,. zal toch de burgerlijke armenzorg nooit gemist kunnen worden. Maar hoe meer de armverzorgers van de burgerlijke overheid blijken doordron-

1) Geschrift XXIV, bldz. 70.

Sluiten