Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitgesloten? Waar zullen de perken worden gesteld? Zullen de „stille", de „fatsoenlijke" armen voorgaan of de „paupers". Ten aanzien van de eersten belooft de arbeid dankbaarder te zijn, maar de paupers hebben nog meer behoefte aan den moreelen steun der kerkelijke of bijzondere instellingen. Het uitsluiten der paupers wilde er bij de bespreking in 1918 bij den heer Hansma niet in, „daar toch in de eerste plaats „deze personen, gezien het standpunt van de Christelijke „armverzorging, den moreelen en kerkelijken steun noodig hebben." ') x

Bij het inperken bestaat ook de kans, dat armen, die een oordeelkundige verzorging in het algemeen behoeven, maar door de instelling bij welke zij thuis behooren, aan de hulp van anderen worden overgelaten, ondersteuning zoeken bij instellingen, die zich slechts bezig houden met hulpverleening in speciale vormen en, slechts lettende op de nooden van specialen aard waarvoor zij zijn ingericht, behandeling van den algemeenen nood van een behoeftige of diens gezin niet achten op haar weg te liggen.

De maatregel om, wegens de beperktheid der middelen, na te laten alles wat „sociale voorzorg" betreft en, terugvallende in een oude kwaal, zich uitsluitend in te laten met de armenzorg in den engeren ouderwetschen zin van dit woord, kan ook geen voldoende uitkomst geven. In de vergadering van 1917 bleek de algemeene overtuiging, dat scherpe grenzen tusschen sociale voorzorg en armenzorg niet te trekken zijn en dat goede armenverzorging niet mogelijk is, indien men de oogen sluit voor de behoeften der armen aan sociale opheffing.

Het oordeel in 1912 ook wel in de Tweede Kamer gehoord, dat de instellingen die geldgebrek hebben, maar moeten doen wat ze kunnen en de rest overlaten aan de burgerlijke armenzorg, kan ook geen vrede geven aan hen, wien het te doen is om de beste inrichting der armenzorg. Wat hierboven en ook reeds in de vergadering van 1918 is gezegd omtrent hetgeen de van de kerkelijke en particuliere instellingen uit-

1) Geschrift XXIV, bladz. 44.

Sluiten