Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande zorg onderscheidt boven die van de burgerlijke besturen, maakt het overlaten van de armen aan de overheidszorg tot een te kort doen aan die armen, die aanspraak hebben op de naastenliefde en de barmhartigheid van hunne geloofsgenooten of geestverwanten.

Langs deze wegen is de oplossing dus niet te vinden.

Ad e. Bij de bespreking van de nadeelen der meervoudige ondersteuning in de jaarvergadering in 1918 vroeg de heer van Lier (Heerlen): „wordt,het niet tijd, dat de staat de „bakens verzet in dien zin, dat, waar de kerkelijke en particuliere instellingen van weldadigheid niet over voldoende „middelen beschikken, waar de gemeenten — ik ken zulke „gemeenten — zwaar belast worden door de uitgaven van de „burgerlijke armenzorg, de Staat ten aanzien van de ondersteuning een aanvullende rol gaat vervullen — zooals hij „b.v. ook doet bij de verpleging van behoeftige krankzinnigen, „idioten, tuberculoselijders, enz., waar hij zich eveneens op „het ruime gebied der armenzorg begeeft — door een zeker „percentage van de uitgaven aan ondersteuning, verstrekt door „verschillende instellingen, voor zijne rekening te nemen."

De prae-adviseur de heer Zijderveld vond, dat de quaestie van de subsidie wel zijdelings in verband stond met het aan de orde zijnde onderwerp en meende, dat bij meervoudige ondersteuning de medewerking van het burgerlijk armbestuur wel zou kunnen neerkomen op het verleenen van subsidie. Hij achtte die quaestie echter „heel netelig".

De heer van Lier schreef mij in zijne kwaliteit van secretaris van den Armenraad van Heerlen ca., bij de toezending van de boven besproken gegevens, o.a.: „Wat betreft de „subsidieering van andere, meer speciaal Instellingen van „Weldadigheid die directen steun verleenen aan hulpbehoe„venden, kan ik U als mijn persoonlijke ervaring mededeelen, „dat art. 14 der Armenwet door zijne omslachtige en vage „voorwaarden aan subsidieering van kerkelijke of bijzondere „instellingen, die daarop m.i. wel aanspraak zouden kunnen „maken, in den weg staat.

„De meeste kerkelijke en particuliere instellingen in mijn

Sluiten