Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„ambtsgebied laboreeren aan geldgebrek en daar de armenzorg in de laatste jaren met de opkomst der industrie en „de verplaatsing van allerlei sociaal zwakke menschen uit „binnen- en buitenland naar bier een plotselinge uitbreiding „ondergaat, ziet men de burgerlijke armenzorg in de meeste „gemeenten bijna uitsluitend als het eenige en voornaamste „orgaan van armenzorg fungeeren. Alleen in Heerlen en „enkele andere gemeenten bestaat daarnaast een bescheiden „kerkelijke en particuliere armenzorg, die zich wegens geldgebrek „echter langzaam ontwikkelt. Het lijdt geen twijfel of voor een „deel ligt hier de schuld bij de instellingen zelf, doch er zijn ook „actieve instellingen, die zich gaarne beter zouden willen ont„plooien, doch door financieele bezwaren daarin worden belem„merd. Voor deze instellingen moest m.i. de Armenwet de gedegenheid openen, dat op meer gemakkelijke en meer eenvoudige „wijze subsidiën uit de gemeentekas konden worden toegekend, „wanneer deze instellingen een gedeelte van het werk der burger„lijke instellingen voor hunne rekening willen nemen, d.w.z. voor „voldoende en doelmatige ondersteuning van hulpbehoevenden „zorg dragen. Daarnaast zou voor de Limburgsche mijnstreek „noodig zijn de mogelijkheid, dat een gedeelte der armen„zorglast werd afgewenteld op den Staat, daar een groot aantal „personen die uit binnen- en buitenland naar deze streek „toestroomen bij of kort na hunne aankomst in steunbehoef„tige omstandigheden verkeeren, hetzij wegens gebrek aan „werk of onderdak, hetzij wegens ziekte, enz., enz."

Het komt mij voor, dat hier de richting wordt aangewezen waarin de oplossing van vele moeilijkheden op rationeele wijze gevonden kan worden en dat men deze zal moeten aanvaarden, zij het dan ook als „noodzakelijk kwaad", zooals zij in 1854 in de Tweede Kamer genoemd werd.

Men kan zich hiervan niet meer afmaken door te wijzen op het mooie, dat er in gelegen zou zijn, wanneer de liefdadigheid werd uitgeoefend zonder steun van buiten en armenzorg niet anders ware dan het uitoefenen van barmhartigheid tusschen broeders, waarmede niemand dan dezen zeiven iets te maken heeft. In werkelijkheid wordt aan dit liefelijk beeld reeds te kort gedaan door het feit, dat in den regel de leden

Sluiten