Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eener gemeente of eener instelling (die niet altijd onder de barmhartigen te rekenen zijn) geld geven en de zorg laten uitoefenen door anderen (diakenen, armbezoekers). Bij dit beeld moet men zich eigenlijk ook voorstellen eene zich nog in zoodanigen staat bevindende samenleving, dat het helpen van armen en ongelukkigen, los van elke organisatie, overgelaten wordt aan de betrekking der individuen onderling. Maar dit zou toch geen verstandig mensch, die het wèl meent met de armen, wenschen of terugverlangen. Ieder begrijpt dat daarmede noch de armen, noch de samenleving gebaat zouden zijn. Het bewustzijn heeft wel allerwege post gevat, dat de barmhartigheid en de weldadigheid niet zitten in het geldstuk of de gave, die men voor de armen bestemt, maar in de wijze waarop men daarmede den arme tegemoet komt en waarop men ze aanwendt tot werkelijke opheffing van den arme uit zijnen nood en tot bestrijding van de armoede in haar geheel als een kwaad in onze geordende samenleving. Op deze wijze kan men ook de ware weldadigheid uitoefenen al is het geld of de gave, die men daarbij behoeft, niet uit eigen middelen voortgekomen. Het geld of de gave is dan slechts een hulpmiddel, waarvan het beschikbaar stellen te loven is en van barmhartige gevoelens getuigt, maar dat zijne waarde slechts ontvangt door de wijsheid en het goeddoen van dengene die zich zeiven geeft om zijn zinkenden broeder weder op een vasten bodem te plaatsen. Dit, en niet de bron waaruit de noodige middelen vloeien,' is de hoofdzaak. Zeker, het geven blijft een deugd en terecht zal in de kerken en andere gemeenschappen op de meest ruime beoefening van deze deugd moeten worden aangedrongen. Maar wanneer de grens van het mogelijke bereikt is, mogen de armen daarvan niet het slachtoffer worden, zoolang op andere wijze de noodige middelen tot ondersteuning wel te vinden zouden zijn. De armenzorg barmhartigheid tusschen broeders onderling willende doen blijven en op grond daarvan steun van buiten afwijzende, zou men broeders onbarmhartig naar de overheidszorg moeten verwijzen.

Waarom zouden instellingen ter voorziening in speciale behoeften van het volkswelzijn en de volksgezondheid wel uit de openbare kassen gesubsidieerd mogen worden en waarom

Sluiten