Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delingen".... en de intercommunale armenzorg is in Nederland nog zoo goed als onbekend.

Is het dan een wonder dat vele mensehen, -die gewoon zijn door arbeid in hun levensonderhoud te voorzien) bij werkloosheid oen kistje of korf omhangen en wat snuisterijen te koop aanbieden en zoo vermomde bedelarij bedrijven? Is het zoo onbegrijpelijk dat velen naar andere plaatsen trekken om werk te zoeken en op de reis die som3 dagen of weken duurt, leven van openbare bedelarij ?

Zoo een en ander verklaarbaar is, omdat de maatschappij waarin zij werkten geen middelen verschaft, als zij buiten hunne schuld werkloos worden, ergert men zich niet aan deze menschen als zij straks volleerde bedelaars en landloopers geworden, de armoede in de straat voorstellen en lompen met kleeding, den blooten hemel met woning en honger met voedsel vereenzelvigen. En de zelfvoldane mensch zal zich evenmin ergeren als die ongelukkige zijn eene hand uitsteekt om een aalmoes, terwijl zijn andere hand de jeneverflesch omklemd houdt.. zelfs nog niet als hij liegt en bedriegt en allerlei bedeltrucs gebruikt. Wie dan wel ergernis geeft? Dat is de maatschappij, dat zijn de menschen, die lijdzaam zouden aanzien, dat de man die werken wil, doch geen gepast werk kan vinden of werkloos wordt, wordt uitgesloten van de goederen dezer aarde, die door God zijn bestemd voor het onderhoud van alle menschen.

Als men met von Hbrtling 1) aanneemt dat "de armen recht hebben op hetgeen voor levensonderhoud noodzakelijk is, zoodat de rechtsgrond voor de openbare armenzorg in dit beginsel zijn oorsprong vindt, dan zal men zeker de schuld erkennen die de maatschappij heeft jegens degenen die door maatschappelijke oorzaken tot werkloosheid gedoemd zijn.

Op de eerste plaats zoeke men dus hier de oplossing

waar het groote groepen van menschen betreft die niet door particuliere middelen kunnen worden geholpen — in staatshulp. Staatshulp voor de werkloozen óók als waardeering, als aanmoediging van den arbeid.

1) „Natuurrecht en Sociale Politiek" door Dr. Freiherr von Hertling.

Sluiten