Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij deze groepen weegt de last van den arbeid zwaarder dan de opbrengst van het werk. Zij worden beheerscht door de wet der traagheid. Nu eens is het een geschokt zenuwgestel, dan weer is het aangeboren traagheid, ongewoonte om te werken of ongebondenheid (kinderen van zwervers en bedelaars die vanaf de jeugd aan orde, arbeid en gezag worden ontwend) welke werkschuwheid doen ontstaan.

Boven alles echter moeten wij rekening houden met een verzwakking van den wil van het individu, welke meestal verklaarbaar wordt door inzinking van het godsdienstig en zedelijk leven. Daarbij komt, dat door het materialisme der 20e eeuw de arbeid is verlaagd tot instrument om geld te te verdienen. De zedelijke waarde van den arbeid als Gode welgevallig en een middel om den mensch te brengen waar levensgeluk en levensvreugd is, omdat hij den mensch in de gelegenheid stelt iets nuttigs te doen voor hemzelf en zijn evenmenschen, deze beteekenis is op den achtergrond gedrongen. Men predikt den arbeid alleen om de opbrengst waarvoor men zooveel mogelijk genotmiddelen moet kunnen koopen.

Waar verstand en hart op het goede gericht zijn en de wil tot het goede ontwikkeld is, zal werkschuwheid niet zoo gemakkelijk ingang vinden.

Zijn echter verstand, hart en wil het stuur kwijt of krijgt bij de karaktervorming het kwade de overhand, dan is het geen wonder dat men zich aan den last van den arbeid tracht te onttrekken, ja zelfs het grootste genot met de kleinst mogelijke opoffering tracht te verkrijgen.

Zoo worden verklaarbaar de werkschuwheid „van kinderen van bedelaars en landloopers, van venters in kramerijen die vermomde bedelarij bedrijven, ja zelfs van dieven en souteneurs.

Vorming van karakter en wil is een eerste vereischte om werkschuwen en beroepsbedelaars, doch vooral kinderen van bedelaars en landloopers, en verwaarloosde kinderen de eerste schrede te doen zetten op den weg naar geregelden arbeid.

De bedelaar-alcoholist zal eerst van het alcoholisme moeten worden genezen, wil men met vrucht van den bedelaar een arbeider maken.

Sluiten