Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke gebreken verklaard, terwijl ik hierbij, ook de opvoeding en de omgeving waarin deze menschen leven niet uit het oog verlies.

Wij hebben dus gezien dat de bedelarij en landlooperij onder de klasse van behoeftigen, die, hoewel in staat om te werken niet werken willen, ontstaat door zielkundige en zedelijke gebreken.

Deze zielkundige en zedelijke gebreken zijn bij de menschen zelf aanwezig en uiten zich door verkeerde neigingen van verstand, hart, wil en karakter. Zij ontstaan doordat de kwade neigingen de overhand krijgen over de goede.

De omgeving en niet het minst de ondermijning van het godsdienstig en zedelijk leven werken deze verkeerde neigingen in de hand en stellen niets anders in de plaats dan een materialistische wereldopvatting en een grooten drang naar genotzucht.

Zoodoende wordt de zedelijke waarde van den arbeid op den achtergrond geschoven en bij trage naturen de zedelijke prikkel tot arbeid verzwakt.

Omdat de arbeid uitsluitend wordt voorgesteld als een middel om den kost te Verdienen, om de noodige bestaansmiddelen te verkrijgen, zal de last van den arbeid bij velen niet door de opbrengst van stoffelijke middelen worden overwonnen, wanneer zij kans zien zich deze middelen zonder inspanning en zonder arbeid te verschaflen. De werkschuwe parasiteert op de opbrengst van den arbeid van anderen.

Dit parasitisme — waarbij de mensch die zich aan den arbeid onttrekt teert op. den arbeid van zijn evenmensch, die zich door zedelijke en maatschappelijke motieven tot den arbeid voelt aangetrokken — behoort op ethische en maatschappelijke gronden te worden bestreden.

Hiermede zijn wij gekomen tot de kern der kwestie: het aanwijzen der middelen tegen de bedelarij en landlooperij.

In den loop der besprekingen hadden we reeds gelegenheid te wijzen op toestanden die verbeterd dienen te worden, ten einde bedelarij te voorkomen.

Er dient n.1. een onderscheid te worden gemaakt tusschen preventieve en repressieve middelen tot bestrijding van bedelarij en landlooperij.

Sluiten