Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 433. Bedelarij en landlooperij, gepleegd door drie of meer personen boven den leeftijd van 16 jaar wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Art. 434. De schuldige aan eene der in de beide vorige artikelen omschreven overtredingen kan bovendien, zoo hij tot werken in staat is, tot plaatsing in eene rijkswerkinrichting worden veroordeeld voor ten hoogste drie jaren".

Wanneer wij deze wetsbepalingen toetsen aan de practijk dan blijkt, dat zij in geenen deele voldoen. De doode letter der wet, zooals zij daar staat, vermag het leven in de maatschappij niet te begrijpen.

De geciteerde strafbepalingen bedoelen door zuivere politiezorg de bedelarij te bestrijden. De ervaring heeft aangetoond, dat zij de bedelarij en landlooperij niet ernstig tegengaan, integendeel, zij zijn veelal een doode letter gebleven en hebben door het stelsel der opzending naar werkinrichtingen, dat geen rekening hield met de reclasseering der veroordeelden, het kwaad der bedelarij en landlooperij eerder in de hand gewerkt, dan bestreden.1)

De rechter heeft, toen het aantal processenverbaal wegens bedelarij en landlooperij onrustbarend toenam, de veroordeeling van moeilijk te constateeren feiten laten afhangen.

Door overlading van den arbeid van vrouwe Justitia, vooral wegens z.g. kleine delicten, lieten veroordeelingen lang op zich wachten of bleven geheel uit. Het wonderbaarlijke feit heeft zich zelfs voorgedaan, dat bedelaars en landloopers een „goede justitie" opzochten, d.w.z. rechtsgebieden, waarin de rechters nog heil zagen in opzending der delinquenten naar een rijkswerkinrichting.

De Regeering heeft dan ook allengs ingezien, dat andere maatregelen moesten worden genomen. In het geciteerde werk van Mr. Dr. Ch. A. van Manen wordt op bladz. 112 v.v. mededeeling gedaan van een reorganisatieplan — misschien ware beter te spreken van reorganisatieproef — dat in Juni 1914

1) Zie hieromtrent o.m.

H. W. Methorst, Werkinrichtingen voor behoeftigen, bladz. 214 v.v. Dr. Ch. A. van Manen, Bedrijfsleven en de strijd tegen de Armoede in Nederland, bladz. 103 v.v. Mr. Dr. Charles Eaay.makers S. J., Staat en Armenzorg bladz. 79 v.v.

Sluiten