Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de politie haar waken tegen de bedelarij ten slotte als nutteloos beschouwt, behoeft wel geen nader betoog. Het. gevolg is dan ook, dat, zooals politieautoriteiten rnij verzekerden, men het bedelen met leede oogen aanziet, omdat bekeuringen toch niets uithalen.

Den rechter willen wij ook geen verwijt maken van zijne apathie tegen berechting van bedelarij- en landlooperij-delicten. Integendeel, wij hebben respect voor het gezonde inzicht der rechters, die beseffen, dat veroordeeling tot opzending naar rijkswerkinrichtingen meestal koren op den molen is van tijdelijk-kost-en-onderdak-zoekende-elementen der samenleving, vooral als hun vonnis beteekent uitlokking van recidive.

Als men de meening deelt van rechters en armenverzorgers, die de veroordeeling wegens bedelarij en landlooperij tegelijk straf willen doen zijn en poging tot opheffing van den veroordeelde, dan zal niet alleen de berechting anders moeten zijn dan thans het geval is, doch evènzeer de wijze van bestraffing en reclasseering.

Wij huldigen de opvatting, dat wanneer voor de onschuldige armen gezorgd wordt door eene goede armenzorg, er streng moet worden opgetreden tegen bedelarij en landlooperij in het algemeen en tegen z.g. schuldige armen d.w.z. valide menschen, die niet willen werken, in het bijzonder.

Bedelarij en landlooperij zijn ernstige vergrijpen tegen de gemeenschap, wanneer ze worden bedreven door Aienschen, die alhoewel tot werken in staat, niet willen werken. Het teren op den arbeid van anderen is eene maatschappelijke ondeugd, die de luiheid tot grondslag heeft, en deze ondeugd mag de wetgever met strenge middelen tegengaan. Daarnaast is het een eisch van gezond zelfbehoud dat de gemeenschap dit euvel bestrijdt door afschrikkende straffen.

Bestrijding der bedelarij en landlooperij vindt daarom baar rechtsgrond niet alleen in de zorg voor het algemeen welzijn, waartoe ook behoort het instandhouden der Christelijke deugden — de , „moderne mensch" noemt ze burgerdeugden! — doch evenzeer in de veiligheid der gemeenschap.

Op de eerste plaats eischen wij dus bestrijding der bedelarij als ondeugd, op de tweede plaats als gevaar voor de gemeenschap.

Sluiten