Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie de historie ter zake raadpleegt, vindt reeds in de oudste tijden gewag gemaakt van maatregelen en bepalingen, tegèn bedelarij getroffen.

Terecht werd door Granier de Gassanac in zijn bekend werk: „Histoire des classes ouvrières et des classes bourgeoises" (Bruxelles 1838) opgemerkt, dat zoolang in eenigerlei vorm de slavernij nog bestond, de bedelarij nooit groote afmetingen heeft kunnen aannemen, omdat toen de maatschappij feitelijk slechts verdeeld was in twee groote groepen: „heeren" en „dienstbaren", waarvan de „heeren" natuurlijk hadden té zorgen voor het onderhoud hunner „dienstbaren".

Anders was het, toen de slavernij begon op te houden.

Ten onrechte wordt echter o. i. aan het Christendom, dat aan. de slavernij een einde kwam maken, wel eens ten laste gelegd, dat het bedelarij en lediggang heeft in de hand gewerkt, door de allengs ontstane monniken-orden, waarvan door meerdere het aalmoezen vragen ten plicht werd voorgeschreven.

Want het is stellig niet de Christelijke leer, die bedelarij en lediggang aanprijst! Het Apostolische alternatief: „Wie niet werkt, zal ook niet eten!" is ten deze duidelijk genoeg. Maar wel is het een onjuiste toepassing van de Christelijke leer van de zijde der Kerk geweest, die dit verwijt heeft in het leven geroepen. De verbreiding toch van de meening, dat aalmoezen geven een genademiddel was, en het feit dat deze meening spoedig in de wetgeving der eerste Keizertijden steun werd gegeven, maakte allengs den bedelaar tot een, die ons aan een Christenplicht, het aalmoezen geven, kwam herinneren, en dus op zijn beurt het „bedelen" tot een verdienstelijk werk. De aureool van heiligheid, met welke weldra de vrijwillige armoede werd getooid, vooral wanneer het geërfde of verworven bezit vloeide in den schoot der Kerk, moest noodwendig een verwarring van begrip, en een verzwakking van het gevoel voor economische zelfstandigheid ten gevolge hebben.

En.... de stroom van bedelaars en landloopers, die weldra over de geheele toenmaals bekende wereld begon te vloeien, getuigt van de groote afmeting, die dit averechts toepassen der Christelijke leer heeft aangenomen.

Sluiten