Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Ten behoeve van een werk over de Ruyter, waarvan de vervaardiging mij werd opgedragen door het de Ruyter-fonds ter beoefening der geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen, bracht ik eenige jaren geleden materiaal bijeen uit archieven en bibliotheken te Londen, Oxford, Cambridge, Parijs, Stockholm, Upsala, Kopenhagen en Lubeck. Het ligt niet in de bedoeling van het de Ruyter-fonds, aan het boek over de Ruyter een codex diplomaticus te hechten. Natuurlijk wordt ten behoeve van genoemd werk ook van Nederlandsche bescheiden in de ruimste mate gebruik gemaakt. De Nederlandsche onderzoeker weet waar hij] deze vinden kan: in het Nederlandsche Rijksarchief. Die tot dusver over het Nederlandsche zeewezen hebben geschreven, wisten zich, te beginnen met de Jonge, van de daar aanwezige bronnen te bedienen, die na de Jonge's tijd door de verwerving van het Ruyter-archief in 1896 nog eene aanzienlijke aanwinst verkregen hebben. Doch het behoeft geen betoog dat wie tegenwoordig de geschiedenis der groote Nederlandsche zeeoorlogen opnieuw behandelen wil, zich ook op de hoogte te stellen heeft van hetgeen vreemde archieven en bibliotheken daarover bevatten. Reeds de kennisneming van een bronnenpublicatie als The First Duteh War, van Gardiner-Atkinson (vijf deelen, London 1899—1912 1)), overtuigt dat de Engelsche archieven en bibliotheken een grooten rijkdom van stukken bergen die voor den Nederlandschen onderzoeker van gewicht zijn; hetzelfde toonen de Calendar of State Papers, Domestic Series, aan, en het verslag van Prof. Brugmans over bescheiden in Engeland, belangrijk voor de geschiedenis van Nederland. De verslagen van Prof. Kernkamp over Skandinavische en Baltische archivalia vermeldden stukken te Stockholm, Upsala, Kopenhagen en Lubeck, waarvan het voor den beoefenaar der geschiedenis van het

1) Uitgave der Navy Record Society.

Sluiten