Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hand F. — Engelsch. — Schrijft 23 Juli 1666 zonder de plaats aan te geven. — Adresseert: „a M. Thomas Banques, marchand a Londres".

Hand Qt. — Fransch. - Schrgft 6, 10, 13, 17,20 en 27 Aug. 1666, steeds uit den Haag. — Ongetwgfeld Lieuwe van Aitzema *).

Hand H. — Engelsch. — Schrgft 9 Aug. 1666 uit Middelburg. — Adresseert: ,Mr. John Bichards, at his chamber in the Middle Temple in London". — Zijn. cachet vertoont de letters A. S. 2).

Hand I. — Fransch. — Schrgft 16 en 20 Aug. 1666 uit Middelburg; 31 Aug. 1666 5 April, 20 Mei en 9 Juni 1667 uit den Haag. — Parapbeert soms met een T.

Hand J. — Fransch. — Schrgft 17 en 29 Aug. 1666 uit Vlissingen,

Hand K. — Fransch. — Schrgft 26 Aug. 1666 uit den Haag.

Voorts zijn er nog twee berichten uit Vlissingen, 6 en 7 Aug. 1666, die alleen in vertaling bewaard zijn; een bericht uit Rotterdam, 10 Juni 1667 (Engelsch) geparapheerd J. L., en een uit Breda, 15 Juli 1667, met onduidelijke paraphe.

Britsch Museum, Londen. — Additional 22920 is een deel met correspondentie van Downing (zie Brugmans, 280) 8). — Over Harley 7010 vgl. de noot op bl. 188 hierachter.

Bodleian Library, Oxford. — Over Ashmole 826 zie Brugmans, 471. — RawlinBon A 5 is uit de Thurloe-papers (Brugmans 440 vv.); bijna alles uit deze collectie, voor ons onderwerp van belang, komt reeds voor in The First Dutch War, zoodat alleen onze nos. 54 en 55 behoefden te worden opgenomen. — Rawlinson A 174, 187, 191 en 195 behooren tot de Pepys-verzameling4)

Epstein,- La Roche, G. Noël, of in het geheel niet. — Blijkens een berifl&t van hem uit Vlissingen (28 Juni), gedrukt in Calendar 16661—686 bi. 469 (voor Maeten moet men daar lezen Paetera), is hij een Zuidnederlander.

1) VgL over diens correspondentie, met Engeland, die reeds in den oorlog van 1652—'54 begonnen was, Fruin Verspr. Qeschr. VILT, 54 w. — Met name in onze nos. 284, 290, 299 en 306 is zijn stijl zeer duidelijk te herkennen.

2) Voorzeker niet Algernon Sidney, aan wien men een oogenblik zou kunnen denken om de merkwaardige gegevens in Calendar 1668—1686, bl. 318, 342; maar hij zal toch bezwaarlijk met een agent van Williamson in betrekking gestaan hebben. Ook was hij in Aug. 1666 niet meer in de Republiek doch te Parijs (Diet. Nat. Biogr.).

3) Over Sir John Webster, schrijver van ons n°. 118, zie Calendar 1664— 1665 p. 249, 1665—1666 p. 417, 1666—1667 pp. 446, 649.

4) Een ander gedeelto der papieren van Pepys bevindt zich in het Magdalene College te Cambridge; zie de inleiding tot ons volgende deel.

Sluiten