Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Vice-admiraal de With en anderen hebben bericht dat de Engelschen zonder eenigen tegenstand te hebben ondervonden, acht schoone Fransche oorlogsschepen zouden hebben buitgemaakt, bestemd tot ontzet van Duinkerken.

11. LONDENSCHE CORRESPONDENT VAN APPELBOOM, 4 Oct. 1652»).

Het scbient als off die Zeelanders allenthalveu gebeeten waeren op de packet booten om dat sij den Admiral Blake niet weeten uyt te vinden, die oock hemsehver geklaeght dat hg soo langh gesocht heeft te vergeefs na de Hollantsche schepen; ick moet Blake prijsen, hö heeft de Buytter alleen niet willen vechten, maer gelieft te wachten tot dat de Witt en de Ruytter samen geconiungeert waeren, om dan se te gelijck te slaen, ende daermé een werck van maeeken; hoe het hier mé afloopen sail, sullen wij haest hooren. De Ruytter ende de Witt sjjn nu bij een ende sijn gepasseert na de enst van Vlaenderen. Blake is oock weer aengecomen in de Duynen met sijne gantsche vloote ende heeft alle de coopvaerdfl scheepen mé gebrocht die een wijl tjjts te Pleymouth gelegen hebben, ende heeftse op de Rivier in salvo gesonden, meer als de helft van sijne schepen heeft hij gesonden om de Witt met de sijne te vinden ende te slaen soo sij daer maer

aen willen a).

Ick heb wat gemelt van Blakes voyage na het westquartier in het begin van mijnen brief, ick sal nu daer wat breeder van spreecken, ende pertinentlnck seggen hoe het daer mé afgeloopen is. De Ruytter was in noodt; had het moey weer geweest, Blake sonder twijffel soude hem verlost hebben, maer hier wierde leelijck weer ende Blake wierde genootsaeckt mette meeste vande vloot Torbay in te loopen; nochtans den vice Admiral Penne met 14 schepen meer, hebben de gantsche nacht uytgestaen in zee. Woensdach 25 Sept. na de middach heeft de voorseyde vice Admiral de Hollantsche vloot in gesicht gecregen, ende hjj was geresolveert met groote cloeckheyt te bevechten de Hollantsche vloot, ende dee sijne beste om haer te engageren; maer de nacht was heel doncker ende tem pestich weer met regen ende een westerlij windt, 't welck maeckte voor de windt voor de Hollandtsche vloot. Ontrent een uyr in de nacht een van Pens schepen heeft ontmoet een van de Hollantsche vloot ende heeft meer als een uyr met haer gevochten. Pen hoorende het schieten van het canon is weerom gecomen ende dochte hij soude de Hollandtsehe vloot gevonden

1) Riksarkivet, St. — Hollandica. — Bij Appelboom aan Christina, 14 Oct. 1658. — Uit Londen, — Blijkens de taal schijnt deze correspondent een Hollandsch schrijvend Engelschman te zijn.

2) Volgen mededeelingen van anderen aard, op het onderwerp van den zeeoorlog geen betrekking hebbende.

Sluiten