Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten allerspoedigste van het noodige te voorzien, opdat zij weder zee kan kiezen. Men verwondert zich hier zeer dat de commandeur Jan van Galen de 4 Smyrnavaarders niet heeft kunnen nemen die men verneemt dat zeven millioen waard zouden zijn geweest; men had hier gaarne gezien dat van Galen ze zonder nader bevel hadde aangevallen in de haven van Portolongo, waartoe men nu niet wel bevel geven kan zonder Spanje aanstoot te geven. Desniettemin heeft men eindelijk den lOden October van Galen bevel gezonden de Engelschen daar in de baai van Portolongo aan te vallen, maar met de bepaling zich te wachten van de Spanjaarden te zeer aanstoot te geven, en niet op hen of hun kasteel te schieten zoo zij hem niet beschieten. De Spaansche ambassadeur, de heer Bron, moet hebben gezegd, dat sedert Duinkerken weder in Spaansche handen is, hij de Staten niet zoo goede woorden meer behoeft te geven als hg tot dusver wel heeft moeten doen; maar men heeft er hier op geantwoord wel raad tegen de Spanjaarden te weten, zoodra men vrij is van de Engelschen. Men is er hier zeer geraakt over, niet alleen dat de Spaansche ambassadeur in Engeland, don Alonco, Engeland een verbond met Spanje aangeboden heeft, maar ook dat de Spaansche gezant in Zweden aan don Alonco moet geschreven hebben, dat de Zweedsche Majesteit wel genegen was, met Spanje en Engeland een verbond te sluiten.

Men rekent hier weinig op hulp van Zweden; wel van Denemarken. Men verwondert zich dat de Deensche ambassadeurs in Engeland zich tot bemiddelaars aanbieden, terwijl men hier toch weet dat Denemarken op het punt staat een verbond met Holland te sluiten, waarbjj het zich verbindt den Engelschen handel de Sont te ontzeggen en de Hollanders met 20 oorlogsschepen bij te staan. Men hoopt hier ook dat de koning van Denemarken de 22 Engelsche koopvaarders die voor Kopenhagen liggen, vasthouden zal. Die van Holland hebben een omstandigen brief aan Zeeland geschreven tegen hun resolutie tot aanstelling van een Kapitein-Generaal. Uit Engeland wordt geschreven dat de gemeene man ook daar den oorlog hoe langer zoo meer moede wordt en klaagt buiten handel en nering te zijn, en op allerlei wijzen zwaar belast. Te Yarmouth moeten ongeveer 20 oorlogsschepen in gereedheid liggen; vier fregatten zijn er op stapel. Men verlangt hier dat een sterk convooi voortdurend in het Kanaal zal kruisen om den weg open te houden voor de Franschvaarders die den wijn halen. Uit Zeeland schrijft men dat de Engelschen dezen zomer zooveel buit op de Staten hebben behaald, dat zij zich daar den ganschen winter mede zullen kunnen behelpen.

16. HARALD APPELBOOM AAN CHRISTINA VAN ZWEDEN, 14 Oct. 1662 i).

Nachdem der Hollendische vice Admiral de Witte sich mitt dem Commandeur de Ru ij ter den 3 dieses nicht weit von Cales coiungiret, undt nach gehaltenem Kriegsrathe auff den Feindt, so in Duijns mitt aller macht ankommen, zu gehen entschlossen, ist er den 8 ongefehr zwo uhren nach mittag mitt etlich 60 schiffen nicht weit von Douvres

1) Riksarkivet, St. — Hollandica. — Uit den Haag.

Sluiten