Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De harten van alle menschen hier te lande sijn opgerocht tegens de Hollanders, om geene vrede te maeeken voor en alleer dat men haer heeft eerst geslagen, ende den eer van het landt weer geredimeert en vereregen; ende men heeft goede ordre gestelt om geit te schaffen tot betaelinge van de vloot als om geen gebreck van scheepen en volck meer te lijden als hier te vooren. Oock bevindt men dat de interessen van beyde de Staeten connen niet bestaen, ende daerom can men niet gelooven off versinnen hoe dat men een medium sou konnen vinden om eene behoudene vreede met haer te maeeken: dit is nu het gemeen gevoelen van dit volck.

Seedert dat onse scheepen sijn geretireert in de rivier, ende dat wij hebben beesich geweest om onse vloot te reformeeren, alhoewell dat Tromp heeft geduyrich op onse enst geweest met sijne vloot, soo en hebben wy nochtans niet meer als twee coopvaerders van Barbadoes verlooren, meest gelaeden met goederen toebehoorende My Lord Willoughby.

Daer sijn veel van onse coopvaerders behouden t'huys gecomen in de west van Engelandt.

26. LONDENSCHE CORRESPONDENT VAN APPELBOOM, 27 Febr. 1653 i).

Onse vloot sterek 60 scheepen en meer sijn gegaen om Tromp uyt te vinden, maer ondertuschen is de Hollantsche vloot van Rouan na huys gezeylt met 6 oorlochscheepen en wij hebben niet een tonnecken wyns daervan genomen, maer omdat niet sail geseyt worden dat wij all eenlyck nae buyt soecken, soo sijn onse oorlochscheepen gegaen om Tromp slach te leveren, indien hij derft uytkomen; wij verstaen dat hij noch ligt op de cust van Vranckrijck met de coopvaerders van Nantes ende Bourdeaux. Het soude ons seeekerlyck qualijck te pass komen, sou hij oock deurgaen met sijne coopvaerders, ende wij daervan niet te weeten, hoe souden wij slecht affkomen. Ick hoope altijt beeter; wij sullent soo slecht niet laeten leggen; wij hebben noyteen beeter vloot scheepen in zee gehadt, sulcke kloecke scheepen, meest fregatten en soo wel gemant, dat men sou derven daermee vechten tegens twee hondert andere schepen. Wy verwachten alle uyren te hooren dat de twee vlooten hebben malckanderen ontmoet en gevochten; wij hebben hier tyding dat de twee vlooten waeren gesien niet verr van malckanderen; wy mogen van den avont noch wat hooren dit aengaende. Ondertussehen is men hier besich om 40 scheepen meer uyt te rusten; sy liggen hier op de rivier ende sullen binnen een maent of ses weecken all gereet sijn om uyt te loopen.

1) R. St. — Hollandïca. — Uit Londen.

Sluiten