Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

och walsignelsse, som dee och intedh twifle, dedh och Hans Kongl. Maij.te framdeles, Her Ammiralens, i denne commission, försporde trooheet, flijt och berömlige commendo, warder medh all kongligh ynnest och nade förmarkiandes.

[Vertaling:]

Art. 1. — Nademaal de Staten-Generaal nu met een groote oorlogsvloot voor de Sond liggen, en men zich niet op hun bedoelingen kan verlaten, noch weten welke plannen zij met den Koning van Denemarken en, de Moscoviërs kunnen smeden, hebben de heeren van den Rijksraad voor nuttig gehouden, op goedvinden van Z. K. M., zooveel van Z. K. M.'s oorlogsschepen te doen uitrusten als inderhaast hebben kunnen worden bijeengebracht, en die te stellen onder bevel van den Admiraal Bielkenstierna. Deze schepen zijn 19 in getal, over welke alle gezegde Admiraal het bevel zal voeren volgens deze instructie, en ten nutte van Z. K. M. en het vaderland.

Art. 2. — Nademaal de vloot voornamelijk is uitgerust om het vaderland en inzonderheid de kust tegen allen aanloop en landing des vijands te beschermen, zoo zal zij post vatten op zoodanige plaatsen als aan zulken aanval het meest zijn blootgesteld, en waar de schepen verblijven kunnen zonder groot gevaar ter zake van storm of onweder, 't welk alles de Rijksraad aan het beleid van den Admiraal overlaat, om daarnaar onderzoek te doen in locoen vervolgens met zijne vloot post te vatten.

Art. 3. — Daar men niet vooruit weten kan wat uit de zee kan opkomen, zoo keurt de Raad goed dat de Admiraal steeds 2 van de kleinste en best bezeilde schepen laat kruisen om uit te zien of er iets ophanden is, en wanneer er iets vernomen is, dadelijk naar de vloot terug te loopen om den Admiraal kondschap te doen.

Art. 4. — Deze kruisers zullen zich gedragen naar de orders van den Admiraal, hoe ver en voor hoe lang zij in zee zullen gaan, en steeds tijdig bericht geven van 't geen er voorvalt; doch zal hun commandant er voor waken zich niet op een dwaalspoor te laten leiden door valsche berichten, en geen schepen voor 's vijands schepen aan te zien die het niet zijn, opdat geen aanleiding gegeven worde tot confusie en alarm.

Art. 5. — Deze kruisers zoowel als de andere schepen zullen Z. M.'s onderdanen bejegenen met alle civiliteit, en hun niet hinderen in hun zeilagie en commercie. Waartoe het hoog noodig zal zijn dat de Admiraal goede en strenge tucht houde, zoodat noch ter zee noch te land eenige insolentie gepleegd worde, 't zij door officieren of gemeenen.

Art. 6. — Nademaal sommige plaatsen zoowel in Dalarne als elders geschikt zijn door goeden arbeid in staat van verdediging te worden gebracht, en het buitendien ook raadzaam is het volk bezig te houden, machtigt de Raad den Admiraal, zoo hij mocht overliggen, zoodanige plaatsen uit te .kiezen en na daarvan gemaakt en goedgekeurd ontwerp het volk aan de bevestiging daarvan te werk te stellen.

Sluiten