Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naam op los té* gaan, en zoo mogelijk te verhinderen wat de vijand in den zin had. Door middel van een kanonschot en het uitsteken van vlaggen bescheidde hij zijn officieren bij zich aan boord, en liet ook een schot doen voor onze sloepen die onder Laaland waren bij gemelden boeier, die ook aanstonds terugkwamen naar de vloot toe, welke inmiddels onder zeil gegaan was; het schip de Zon wendde insgelijks en voegde zich bij de vloot. Hoewel het tamelijk stil weder was had toch de Vijand het voordeel van den wind, zoodat men van onze zijde hem al laveerende naderen moest, tot men omtrent den middag (toen er ook een expres kwam met een brief van Z. M., meldende het uitioopen der vijandelijke vloot uit Kopenhagen) met hem slaags raakte. Tweemaal lei onze vloot het roer om, en had even zooveel malen een treffen met den vijand. Bij het eerste treffen bleven onze meeste schepen ter zijde en in de lij, behalve het eerste eskader dat de admiraal Wrangel voerde, en de avant-garde had, zoodat admiraal Bielkenstierna hem te hulp moest komen, die het ongeluk had door een kogel uit een zesponder in de zijde te worden getroffen. Bij het tweede' treffen ('t welk plaats had nadat men aan beide zijden het roer had omgelegd) werden die van onze schepen die de eerste maal zich ter zijde en in de lij hadden gehouden, door den Hollandschen admiraal Obdam (die trachtte ze van onze vloot af te snijden) genoodzaakt zich op een hoop te voegen, doch tastten den vijand zoo dapper aan dat hij er niet zonder schade afkwam, zooals men aan sommige van zijn schepen wel kon zien, nadat de kruitdamp was opgetrokken; inzonderheid het Deensche admiraalsschip de Drievuldigheid, dat zijn voormarszeil verloor en reddeloos geschoten in de lij bleef. De andere vijandelijke schepen, dit bemerkende, voegden zich bij hun admiraal, en hoewel wij dientengevolge geheel en al de loef van den vijand hadden gewonnen en, het roer een derde maal omleggende, hem met zooveel te meer voordeel aangrijpen konden, kon men evenwel niet meer in actie komen, daar het weder tegen den avond zoo ruw werd dat men onze onderste stukken in de lij onmogelijk gebruiken kon. Daarmede ging de avond voorbij en wij waren genoodzaakt voor anker te gaan liggen tusschen Langeland en Laaland, en 's vijands vloot zette koers naar de zijde van Holstein en ging daar onder land voor anker.

God is ten hoogste te danken dat de vijand veel te hoog of te laag schoot, zoodat wij niet veel volk verloren hebben; alleen zijn eenige officieren en gemeenen gedood of gewond, 's Avonds kwam een expres met een brief van Z. M., inhoudende dat wanneer de vijandelijke vloot zich vereenigd hebben mocht met de andere vijandelijke schepen die in Flensburgerwij k liggen, onze vloot zich naar de Sond retireeren moest, 's Avonds sterke N. wind.

11 Mei tamelijk sterke Noorderkoelte. Daar de vijandelijke vloot onderzeil was naar Flensburgerwijk om zich met de daar liggende schepen te vereenigen, liet de admiraal het anker lichten om door de Belt naar de Sont te varen. Wij leiden verschillende malen over en gingen 's middags met een sterken bijlegger tusschen Laaland en Langeland door, en daar men voor het weder bevreesd begon te worden, liet men klokke 3 's namiddags tusschen Naskou en Fariestad op Langeland het anker vallen, 's Nachts harde N. wind.

Sluiten