Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dinsdach 11 November veranderden wij van post, en quam met ons regiment te logeren aan de sijde van het water, stellende ons in twee bataillons, lieten de voorgrafte en wegh besetten en opgraven, sonden twee compagnien tot wacht. Dien dach was de meeste Deensche ruyterij gedebarqueert, en begaven haer te veltwaert in.

'sAvonts om de order gaende, was het woprt voor de ronde Hollandt, en die van buyten in quam wiert het woord gevraecht en was Oraingeu.

Woensdach 12 November cregen wij seecker bericht dat de Sweden in dit eylant 5 a 6000 sterck waren, zoodat wij op ons hoede sijnde, goede ordre aan alle canten op de wacht stelden, niet wetende wanneer de vijant ons soude willen attaqueren.

Saterdaeh 15 November cregen contschap de vyant als noch een mijl van hier lach, en dat binnen Odensee maar 50 a 60 man tot defentie en garmsoen gelaten was, dat de prinse palsgrave van Sulsbach in persoon bij de armee was, leggende gepost bij een enge passagie, hebbende haer canon op de avenues geplant. Waren van desseyn geweest op heden te marcheren, maer was heel vuyl en sneeuwachtich weder. Naer middach arriveerde de Hollantsche proviandtvloot alhier op de reede, gevende groote vreugde soo onder ons als de matrosen also groote schaertsheyt van vivres begost te comen. Onse soldaten lagen alsnoch onder den hemel, sijnde een groote miserie sulckx te sien. De Deenen dorsten met haer ruyterij niet te velde comen; waren zeer besich den veltmaerschalck Ebersteyn met de Brandenborghsche en Poolsche volcken over te brengen.

Woensdach 19 November met lumieren van den dagh raeckten wederom aent marcheren, passerende twee seer naeuwe en periculeuse wegen; hadde de vyandt couragie gevat, soude ons sonder twijfel aldaer gestut hebben, doch waren alle met schrick geretireert naer Nyborch. Naerdat wy anderhalf mijl hadden voortgegaen quamen aen de rivier die comt afloopen van Odensee, en loopt in de Belt, sijnde een nauw water ende ondiep; de Sweden hadden de bruch afgebroocken, maer daer comende maeckten die datelijck en passeerden die met geschut, bagagie en voetvolck, en quamen door Godes hulp tegens den avont tot Odensee, wordende het voetvolck in de buytestadt geinquartiert; onse soldaten waren seer moede gemarcheert. De Polacken en Brandenborcb.se volcken die uyt Jutlant onderden generael major Ebersteyn overgecomen waren stonde n een mijl van daer, sterck 5000 mannen. De Sweden waren met groote schrick alle gevlucht naar Nyborch, alwaer wy-verstonden den Coninck in persoon verwacht werdt met 14 sijne oorlochschepen.

Donderdach 20 November. — In alle der Sweden couduiten hebben genoteert haer menichvuldige misslagen, vooreerst wanneer wij Carte-

Sluiten