Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslagen en liepen met sulck een disordre teruch, dat se ons gants regiment in disorder brochten, efter herstelden ons weder en verlooren den moet niet, gongen met onse volekeren en het regiment van Alua en Cylgry furieuslijck in vollen trom en bataillje op haer aen. Den vijant siende onse resolutie, quam ons met 3 esquadrons peerde en haer batailljens te voet heftich chargeren, doch wierd haestich teruch gekeert en verslagen, doch niet sonder een hardt en scherp gevecht; ons regiment was de eerste die de enge passagie forceerde, gevende alsoo de versamelde Deensche troupen tijt sich te herstellen, die, den vijandt siende aireede in de vlucht geslagen, heftig quamen van achteren in gevallen, alles doot slaende dat sich niet meer defendeerde; passerende wij voort bequamen vijf canonstucken, vervolgende soo onse victorie boswaert in, achterlatende eenige dooden en gequesten; de heer colonel Meteren droech sich seer couragieus, wiert geschooten door sijn hoet; alle officiers en soldaten waeren doen vlijtich aen te vallen, soodat de vijandt genootsaeckt was alles te verlaten en sich binnen Nyborch te salveren, blijvende het voetvolck en dragonders soo gevangen als doot; bequamen omtrent 2 a 300 gevangens bij ons regiment, gaven die de Deenen over. Dese victorie is soo seer remarquabel als loffelijck voor onse natie, hebbende de eer, soo van Keysersche, Poolsche, Braudenborchse en Deensche volekeren, die alleen gewonnen te hebben, seggende de heer Schack x) voor allen opentlijck, wij alleen die gewonnen hadden; de heer Ebersteyn was al geslagen en de Deenen van gelijcken, doch Godt Almachtich sij de eer, niet ons arme sondaers; de Poolen bedreven onmenscheUjckheden, sloegen alle doot die sij vonden, was een gruwel te sien die verwoesting. Het teycken in de bataillje van onze volekeren was wit op den hoet, de Sweden stroo; ons woort was Jesus.

* Dinsdach 25 November sonden die van binnen een trompetter uyt om te conditionneren ofte te parlementeren, te meer alsoo de Ruyter met zyne vloot dicht onder Nyborch geset lach en dapper in de stadt schoot; daer gingen ostagiers over en weer en wierden alle de Sweetsche troupen, bestaende in 60 cornetten te peert, bij capitulatie overgegeven en savonts onder de Keysersche, Brandenborchse en Poolen en Deenen ondergestelt, en alle de hooge als lage officieren, die de Deensche dienst aenstont, vrijdom gegeven; voorts alle de andere prisonniers de guerre en alles dat sij hadden van goeden prijs. De grave Steenbock hadde het commando den dach van de batailje, de palsgrave van Sulsbach was mede present doch beyde ontvlucht, snachts naer de bataillje, naer Zeelant. De stadt wiert voor plundering bewaert, doch de vreemde troupen quamen daer in en plunderden alles, soo dat onse natie niets en creech tegens de belofte van den generael Schack.

1) Generaal der Denen (zie Grove, Journalen 244).

Sluiten