Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

* Woensdach 26 November. — Ondertussen lagen onse volcken in regen en wint in het bosch bü de stadt, hebbende niet 1) te eten of te breecken, in alles, tsedert ons vertreck van Cartemunde, yder 3 pont broots ontfangen hebbende, sijnde ons volck desperaet, soo dat sü alle begosten te roepen, broot, broot, honger, honger. De Deenen toonden sich als beesten, gaven een half pont aen yder en waeren soo brutal en beestachtich, datse weygerden onse gequeste officieren in de stadt te laten, die alle daer moesten verblijven. In deze bataillje verlooren onder onse troupen 150 dooden 200 gequesten, waeronder alleen den capteyn Hemmema uyt Vrieslandt, latende een jonge weduwe met kinderen; onder de gequeste was de luy tenant van Oaü, 7 a 8 dagen daerna binnen Nyborch gestorven van syn quetsuur in de knie, en te Odensee begraven, met ceremonie in de groote kerck; den vendrich van Harincxma uyt Vrieslant, en sommige andere van mijn compagnie2).

't Is niet te beschrijven der vyanden flauwicheyt; verclare dat indien sü couragie hadden gehadt de stadt te defenderen souden ons alle geconsumeert hebben, alsoo sterck gepallisadeert is met dubbele wallen en goet canon, en andere binnewercken, alsoock een goet casteel met een wijde graft en wal, soodat alschoon men meester van de stadt was, maer half gewonnen soude sün; is anders een vnyl nest, niet grooter als Woercom *), doch heeft goede huysen; het casteel van binnen is vervallen, doch een vast gebouw. Den vice-admirael de Ruyter verstonden aen de zeecant het fortje noch genomen te hebben en twee grove stucken, wegende 8000 ponden; daer lagen 4 forten buyten de stadt, sommige van groote defentie. De stucken die in alles hier verovert sün waren 26 a 27 in alles, en op de Middelfare 4) hadde Ebersteyn noch 22 verovert, alle meest metale stucken, soodat voor de Sweden een groote neerlaech en voor den coninck van Deenmarcken een overgroote victorie was, verliesende in eenen dach 4000 ruyteren en soldaten en alle sijne beste officieren en het gansche eylandt van Funen, een van de vruchtbaerste van de werelt, doch door de oorlogh meest geruïneert.

Vrü'dach 28 November lagen met onse volekeren noch een mül van Nyborgh seer jammerlijk gelogeert, en sonder eten ofte breecken; den buyt wierdt geparteert die int casteel noch overich was, en creech yder sün deel soo vrouwen, dochters als paerden, goederen en wagens en ander bagagie; 't was wonder te sien die verdeeling, yder creech

1) Dit woord is in Kron. H. G. uitgevallen.

2) Het volgende gedeelte der aanteekening van dezen dag niet in Kron. H. G.

3) Woudrichem. Eerst heeft er gestaan: „een dorp."

4) „Middelfaer, is alsoo genoemt omdat de passagie die tusschen Jutlant en Funen is seer nou is, anders genaemt de cleyne Belt; de zee is hier niet wijder als een quartier mijls ofte een cartouw schoot" (van Beveren op 27 Febr. 1660).

Sluiten