Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

angaende depecharandet aff seeoursen för Guinea, hvilcken nu i det narmaste fahrdigh ahr, skolandes sigh till den samme dee till OstIndien och Straten sampt annorw&rtz destinerade skeppen ochsa förfoogha, att saledes alle tilsammans aff heele Landzens flotta, under Obdam och Tromp, gienom Canalen convoyeras, hvarest dee Engellske under Montagu emillan Eijlandet Wicht och Dover aljt an kryssandes blifve. Man haller har före, att ehuruwa.1 bem.te Montagu toorde hafwa nagon dessein uppa berörde succursseu, han lijkwal neppligen skall wara capabel att attentera nagot daruppa, i anseende aff den considerable macht som bem.d« denne Statens conjungerade Skepp uthgiöre. Doch sasom Konungen i Ëngelandh tager sigh een reesa före ath Portsmouth, twifflar man intet, an att han iu alle nodige anstatter dar warder giörandes att och stalla sin Skepsflotta i godh postur, sa, att innan kortt förmodas harom nagot synnerligitt kuena aviseras. I medler t\jdh detacherar man har aff Landt Militien nagot folck, som och till bem.,e Guinea förskickas skall, staendes för det öffrige i betanckiande om man icke mehrbe.*8 succurssen borde medh fleere skep foröcka, emedan dee Engellske det antahl som dee föruthan dee sidst affg&ngne skeppen pa den oorthen hafwe, an wijdare tanckie att förmehra.

Effter som mast alle Magaziner har i Landet ahre tammeligen förblottade pa kruuth, sa hafve General Staterne skrifvit Admiraliteterne till, att ophandla nagot aff det nyys ifran Ost-Indien inkompne Salltpetter; hvilcket be.de Admiraliteterne wahl hafve swahratt sigh willia effterkomma, men att dee forst maste wetta hvar dee skulle taga penningar, efftar Licenter-och-Tullerne (förmedelst Commerciernes stillaliggiande fór siukdomens skull) dagh fran dagh förminskas och afftaghe.

[Vertaling:]

Morgen komen de Staten van Holland bijeen, die, zonder twijfel, een stellig besluit zullen nemen aangaande bet secours van Guinee, dat nu ten naastenbij gereed is; de schepen met bestemming naar O.-Indië, de Straat en elders zullen zich daarbij voegen, en altegader zullen zij door de geheele landsvloot onder Obdam en Tromp door het Kanaal worden geconvoyeerd, waar de Engelschen onder Montagu tusschen Wight en Dover blijven kruisen. Men gelooft hier dat al mocht Montagu iets tegen het genoemde secours willen ondernemen, hij toch niet in staat zal zijn het aan te vallen wegens de aanzienlijke macht die de bovenbedoelde Statenschepen uitmaken. Doch daar de Koning van Engeland zich eene reis naar Portsmouth voorneemt, tvrijfelt men niet of hij treft alle mogelijke aanstalten om zijne scheepsmacht ingoed postuur te stellen, waarover men vermoedelijk binnenkort iets naders zal kunnen vernemen. Onderwijl detacheert men hier eenig volk van de landmacht om het mede te zenden naar Guinee, en staat men voor het overige in bedenking of tot het gemelde secours niet meer schépen moeten worden bestemd,

Sluiten