Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te paerde sullen worden gesonden naer Holsteyn; hierover sijn veele regenten wat bekommert, vermits men Sweden daerdoor te meerder tegens desen Staet irriteren ende denselven van soo een notabele troupe sal ontblooten, dewyle veele regimenten in dienst van den Bisschop van Munster geweest sijöde, nu in die van den Coningh van Spagne sijn overgegaen. Den 17en deses heeft den secretaris van den Heere Beverninck aen Haer Ho. Mo. geraporteert, hoe dat hy de ratificatie aen de Bisschop van Munster hadde overgelevert, ende dewelck, naer dat die mette sijne geexamineert was, d'accord bevonden is; dat den Bisschop hem seer wel hadde getracteert, ende boven al sijne officieren aen sijn tafel geseth, ende hem een medaille met eenige stucken gouts, in plaets van een goude kettingh, vereert hadde. De Heer Beuning heeft mette laetste post van Parijs geschreven, dat hij daer de Ministers van Vranckrijck noch seer wel gedisponeert vond tot maintenue van de interesten van desen Staet, ende Denemarcken tegens Sweden t'assisteren, indien de laestste den eersten wilde op 't lyff vallen; dat den ambassadeur Hollis voor de tweede mael ordres van Coningh sijn Meester hadde ontfangen, om weder naer Engelant te keeren, dus sich tot de reyse derwaerts gereet maeckte; dat Conincksmarck verledene Sondagh pubhjcq audiëntie van den Coninck soude hebben gehadt, dat Sweeden geerne sien soude dat Denemarcken neutrael bleeff, presenterende ondertusschen syne mediatie tot het accomoderen van de geresene differenten tusschen Engelant ende desen Staet, het welcke men hier voor een bedenckelijcke saecke houd, ende deselve niet geerne aennemen en sal, tensij de Sweden alvoorens verseeckeren, datse niet en sullen turberen d'assistentie van Vranckryck ende Denemarcken voor ons tegens Engelant te doen, sonder hetwelck men deselve hier niet admitteren nochte betrouwen en sal.

De Heer ambassadeur Boreel heeft geaviseert, dat den Hertogh van Beaufort sterck 48 schepen, daer onder de branders a), den 30en April uyt Toulon om de west geloopen was, om de Engelsche te gaen soecken, 'twelck te laet is, alsoo den Ridder Smit met sijne esquadre, ende eenige rijck geladene schepen uyt de Straet, öp de rivier van Londen al gearriveert is.

De Resident Lamair heeft mette laetste post aen Haer Ho. Mo. geschreven, dat den Sweetschen ambassadeur Bielke afscheyt van 't Deensche Hoff genomen, ende hem verklaert hadde dat hy met contentement van daer ginek, ende dat de Resident Heyns hem van Stockholm geschreven hadde, dat men sèdert de vrede met den Bisschop van Munster gemaeckt was, daer moderater gedachten hadde. De rendezvous van de Fransche troupes, om haer aftocht te doen,

1) Zweedsch gezant te Parijs.

2) 41 met de branders, volgens ons n°. 197.

Sluiten