Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diamanten sieraad op hem dat op tweeduizend gulden werd begroot. Het viel in handen van een gemeen bootsgezel, die het lijk uitplunderde. Bij deze entering hadden wij 48 dooden en 15 gewonden; op den prijs zeiven kon men geen voet verzetten van wege de dooden die op en over elkander lagen. De gevangen Engelschen zeiden dat zij op hun schip allen te zamen 500 man sterk waren geweest, waarvan wij er 300 op ons schip de Blauwe Reiger als ongedeerde gevangenen overbrachten; de rest was dood of gewond. Op ons schip waren 324 man geweest, waarvan wij 80 dooden verloren hadden en 15 die een arm of been misten. Wij lieten 40 man op den prijs en maakten dezen vast met een kabeltouw om onzen grooten mast. De naam van het schip was het Wapen van Engeland; het voerde 72 stukken, 60 metalen en 12 van ijzer; en zoo brachten wij het op naar Holland. Kapitein Hendrik Adriaensz. had zich weer bij de vloot willen voegen, maar wij waren zwak van volk en ons schip was zwaar beschadigd, zoodat wij niet weder naar de vloot konden gaan; het getal Engelschen aan ons boord was ook grooter dan ons eigen getal, zoodat de kapitein van zijn voornemen afzag. Wij zetten 's avonds koers naar Holland naar een plaats genaamd Hellevoetslnis. Den 12den, 134*", 14den Juni waren wij onderweg naar Holland. Den 15<ien Juni zijn wij met onzen prijs te Hellevoetslnis binnengeloopen. Den 16*«n Juni is Berkeley's lijk naar Rotterdam vervoerd; het is daar gebalsemd en vervolgens naar Engeland overgebracht.

Den 19*» Jnni zijn de Engelsche gevangenen, 300 man sterk, naar Botterdam gezonden.

Den 26»«e= Juni zijn wij van Hellevoetslnis nitgeloopen. Den 27»te° Juni zijn wij bij de vloot gekomen, die voor Vlissingen lag. Den 29sten Juni heeft de Ruyter krijgsraad gehouden, en is ons medegedeeld dat Prins Robert zich den 12<>en jnni bij de Engeische vloot gevoegd had met 24 schepen, en dat de Engelsche en de Hollandsche vloot tot den den 14den Jnni slaags waren geweest. Den 14^" Juni joeg de Hollandsche vloot de Engelsche op de vlucht. Verder is verteld dat er een partij kapiteins waren tegen welke de Ruyter openlijk in den raad ») hevig had uitgevaren, omdat zij niet wel gevochten hadden; dat zij het beter moesten doen, als zij niet aan de groote ra gehangen wilden worden; hij zeide: ee» ieder kenne zichzelf, en als gy het, zoo gij weer aan den slag komt, niet beter doet, zal ik u wel weten te vinden. Toen nu deze kapiteins weer in gevecht kwamen, wilde de een niet voor den ander onderdoen, en zij joegen de Engelschen op de vlucht, en Tromp had Ayscue met z\jn schip van 92 metalen stukken buit gemaakt. Dit Engelsche admiraalschip liep aan den grond, en Tromp wilde hem zelf aan boord, maar kon hem wegens de ondiepte niet naderen. Daar Ayscue zich niet wilde overgeven, stnnrde Tromp een brander op hem af. Toen de brander op hem afkwam streek Ayscue de vlag, liet zijn sloep uitbrengen en ging bij Tromp aan boord. Toen hij aan boord was vroeg hij: wie is het die mij gedwongen heeft? Waarop Tromp zelf ten antwoord gaf: het is Tromp, en Ayscue zeide daarop: daar dit ongeluk mij dan heeft moeten overkomen, is het my tenminste lief de vlag te strijken voor zulk een held. Tromp gaf Ayscue niet te kennen dat hij het zelf was die met hem sprak. Zijn dienaars kwamen

1) Versta: na den eersten dag (11 Juni).

Sluiten