Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezegd niet aan te vallen eer de Ruyter de roode vlag van zijn kruissteng zon laten waaien, en zij zijn vermaand hun sloepen, met soldaten bemand, gereed te honden om de branders af te weren. Toen mijn kapitein Hendrick Adriaensz. de Ruyter's schip verliet, verzocht hij den admiraal, niet lang met het laten waaien van de bloedvlag te wachten. Wij verzeilden dien dag tot op één mijl afstands van de rivier van Londen.

Den lsten Augustus kregen wij de Engelsche vloot in het gezicht onder de Engelsche kust, 110 schepen en branders sterk; de Hollandsche vloot was sterk 90 schepen en 10 branders.

Den Augustus is de Hollandsche vloot evenals de Engelsche onder zeil gegaan van de kust af, en wij deden ons best, vier glazen lang, hun de loef af te winnen, hetgeen ons gelukte, waarop de Ruyter wendde; maar zoo ras de Hollandsche vloot wendde liepen de Engelschen weg. De reden hiervan was dat de Engelschen slag zouden hebben moeten leveren dicht onder hunne kust, en de schepen die schade beliepen zonden tegen de kust gedreven zijn, en daarom wilden de Engelschen alleen vechten wanneer zij in de loef waren. Toen de Ruyter bespeurde dat de Engelschen wendden, ging hij voor den wind zeewaarts op; de Engelschen laveerden den ganschen nacht onder de Engelsche kust; onze vloot bleef den ganschen nacht voor den wind zeilen.

Den 3den Augustus 's morgens vroeg waren wij onder de Vlaamsche kust tusschen Duinkerken en Calais; wij ontwaarden geen enkel Engelsch schip en wierpen het anker. Tegen den middag vernamen wij de Engelsche vloot en meenden dien dag aan den slag te zullen komen. Maar de Engelschen wilden de Hollanders het voordeel van den wind niet laten, en bleven den ganschen dag bij elkander tot zij den wind hadden, en tegen den avond stak de Ruyter drie lantarens op van achteren en ankerde, opdat de Engelschen niet zonden merken dat wij geankerd waren; de Ruyter dacht dat de Engelschen onder zeil zouden blijven; maar zij ankerden terzelfder tijd ongeveer een halve mijl achter ons.

Den 4den Augustus 's morgens vroeg loste de Engelsche admiraal een schot en ging onder zeil; de Hollandsche vloot was toen al in haar geheel onder zeil, daar zij den vijand de loef niet wilde laten; en zoo bleven beide vloten onder zeil tot den middag, toen de Engelschen de loef hadden gewonnen. De Friesche admiraal *) Aert van Nes had den voortocht, en toen hij zag dat de Engelschen de loef hadden, braste hij zijn voormarszeil en deed een schot, dat de Engelschen op zouden komen, hetgeen zij ook deden. En toen de Engelsche vloot op de Hollandsche afkwam, schip voor schip elk op zjjn plaats, bleef het heel stil, zoodat men de zeilen innam en bleef liggen en op elkander schoot als van kasteel tot kasteel, zoodat het geen zeeslag leek maar moodenaarswerk, tot men elkander in den grond boorde dat het een jammer was om aan te zien. Tegen den avond sneuvelde de Zeeuwsche admiraal 2); de andere officieren haalden zijn vlag van achteren en ook van boven in, hetgeen een groote vergissing was, en zij lieten de fok vallen en liepen weg; en toen de andere schepen van den admiraal het zagen, liepen zij ook weg. Toen de Ruyter dit zag schoot hij naar het eskader, maar het hielp niet

1) Lees: de admiraal van de Maas.

2) Jan Evertsen.

Sluiten