Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den lld6n Juli 'heeft" de Ruyter raad belegd, en is met de heele vloot langs de Engelsche kust naar Harwich geloopen, en zijn ■wij met ons 5 schepen gecommandeerd het kasteel van Harwich te vernielen, en is de graaf van Hoorn met 1500 man gecommandeerd het kasteel te bestormen, en zijn 4 bootslui van ieder schip van een zak van zeildoek voorzien, waarin vier handgranaten. De Ruyter gaf bevel dat wanneer hij de bloedvlag liet waaien van de voorsteng, de graaf van Hoorn met zijn volk aan land varen en langs het strand opmarcheeren moest, terwijl wij vijf schepen het kasteel beschoten.

Den 12den Juli zijn wij met de vijf schepen voor het kasteel van Harwich gekomen; onze commandeur raakte vast, doch werd door booten en sloepen van de andere schepen weer vlot gemaakt. Terwijl onze commandeur aan den grond zat, is de Ruyter met zijn sloep komen aanroeien; hij had een zijden oranjevlag van achteren waaien en wilde bij den commandeur aan boord, en toen hij aan kwam roeien, schoten de Engelschen van het kasteel op zijn sloep met een heele laag stukken, maar richtten geen schade aan behalve dat één man gedood werd, die voor in de sloep zat. Toen de Ruyter aan boord was, werd besloten dat wanneer onze commandeur een witten wimpel liet waaien, wij» vijf schepen zouden ophouden met schieten. Daarop verliet de Ruyter het schip van onzen commandeur, en toen hij van boord stak met zijne sloep, begonnen de Engelschen weder te vuren. Wij lagen met ons vijf schepen op de reede de een achter den ander, en begonnen nu ook te schieten, en men kon zien dat er groote stukken van het kasteel af vlogen, en waar een kogel in de aarde sloeg, vloog die wel een man hoog in de lucht, en daarop begonnen de Engelschen op onze vijf schepen te schieten, maar richtten weinig schade aan behalve op een Rotterdamsch schip dat dicht onder het kasteel lag; dit schip kreeg zooveel schade dat het krengen moest. Nadat wij eenigen tijd schoten gewisseld hadden met het kasteel, kwam ons volk langs het strand opmarcheeren; de bootsgezellen met de handgranaten voorop en de 1500 man daar achteraan. Toen zij het kasteel meer en meer naderden, begonnen de Engelschen hen te beschieten, doch ons volk werd niet geraakt, en begon nu zelf met musketten op het kasteel te schieten, en toen onze commandeur dit zag, liet hij den witten wimpel waaien. Toen hielden wij op met schieten, daar wij anders ons eigen volk schade zonden hebben toegebracht. Maar daar er voor het kasteel eene gracht was waar ons volk niet over kon, en er bezijden het kasteel twee Engelsche schepen lagen die ons volk veel schade deden, is ons' volk teruggetrokken. Het werd nagezet door acht eskadrons ruiterij, die hevig vochten; de Engelschen waren ons volk te sterk. Toen moest iedere boot van elk schip met volk aan land om hun te helpen, en wij waren wel 500 man die ons volk te hulp kwamen. Vier man droegen twee kleine metalen stukken die drie pond konden schieten, en wij schoten onder de ruiterij met schroot, en toen wij aan land waren gekomen, kwamen er 5 eskadrons, ruiters op ons af. Wij vochten tegen hen tot den nacht; de Engelschen bleven ons de baas en ons volk moest terug. Toen wij aan land voeren waren wjj in onze boot 42 man sterk, waarvan er maar 22 heelshnids weder aan boord gekomen zijn. De Engelschen hadden het groote voordeel dat zij in een gracht verscholen hadden gelegen, daar ons volk niet van wist. En zoo kwamen wij met het overgebleven volk en een partij gewonden die wij medesleepten, 's nachts weder aan boord, ieder van zijn schip. Toen wij

35

Sluiten