Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bespeurde, liet hij evenals alle andere schepen de fok vallen, en joeg de 5 Engelsche schepen met hunne branders denzelfden weg terug dien zij gekomen waren. Daarop ankerden wij, en na de eerste wacht lieten wij ons wederom drijven, 's Morgens vroeg kwamen wij bij onze andere schepen, die op brandwacht lagen een halve mijl van Queenborough.

Den 7den Aug. werd besloten dat de schepen in een halve maan zouden gaan liggen wanneer de Engelschen op ons afkwamen, hetgeen ook gebeurde. Zij moesten zich tegen den avond naar de rivier terugtrekken. Er werd besloten dat dien nacht van ieder schip de sloep op brandwacht zou gaan, opdat er 's nachts geen branders op onze schepen zouden afkomen; zoo ging ik Hans Svendsen dien avond met onze sloep op brandwacht, en wij roeiden heel stil tot dicht onder land. Daar bespeurden wij een Engelsche kits, riepen die aan maar hij antwoordde niet; toen riepen wij: Strijk voor den Prins! en zij antwoordden: you dogs, strike for the King! en toen gaven wij vuur, en lagen hem aan boord, en niemand bood ons wederstand, daar er maar een oud man aan boord was met twee zoons en een kind; de eene zoon werd in zijn linkerarm geschoten, en het kind in het rechterbeen. Deze kits was geladen met koren, dat wij aan boord namen.

Den 8s'en Aug. 's morgens werden wij 24 schepen gewaar, die voor wind en voor stroom de rivier binnenzeilden; het waren 3 kleine Engelsche fregatten, 16 branders en eenige kitsen. Een kits was er bij met roode schanskleeden, waar de hertog van York op was. Onze schepen lagen in eene halve maan, waar de Engelsche schepen voorbij moesten. Men was niet weinig bevreesd, dat zij met soldaten l) op ons aan zouden zetten. Het allervoorste van onze vloot lag een klein schip van Botterdam, waarop kapitein Naelhondt commandeerde. Twee branders kwamen op hem af, en wij van de andere schepen wisten niet beter of hij was in brand geraakt, maar God bewaarde hem wonderbaarlijk; aan weerskanten van hem was een brander, maar hij ontzeilde ze niettemin. Toen de andere Engelsche branders zagen dat de twee branders hun doel gemist hadden, kwamen zij op hunne beurt op ons af; maar al onze booten en sloepen lagen nu voor de schepen, en daaronder ook de kits die onder de Engelsche kust genomen was, waarop wij met ons 25 man aan boord waren. Twee branders kwamen op ons schip af, de voorste daarvan kwam recht op de kits af. Toen hij een musketschot van ons af was stak hij zelf er den brand in. Béiden, de kits en ons schip moesten het anker kappen en de fok laten vallen, waarmede ons schip, Gode zij eer, dezen brander ontkwam. De andere kwam ook aanzetten maar liep ons voorbij tegen den wal aan. Toen hij tegen den wal was aangeloopen kwam er een klein Engelsch fregat van 12 stukken en wilde onze kits van den brander afjagen; maar een van onze schepen lag hem in den weg zoodat hij niet dicht genoeg bij ons komen kon. Evenwel schoot hij ons topzeil neer. Wij lieten den brander niet los maar zeilden op hem af tot dicht onder den wal en zouden hem aan boord gekomen zijn, maar toen de brander bespeurde wat wjj van plan waren stak hij zelf er den brand in en de bemanning sprong te water en zwom naar land. Wij schoten op hen doch raakten er maar één. De Hollanders hadden dien dag geen verlies dan dat de Engelschen vijf van ons volk in

1) Men zou verwachten: met branders.

Sluiten