Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter in het oog, dat na bladz. 17 reg. 9 het hds. A het zijne niet meer leveren kon [, G na bl. 31 r. 28 niet en H na bl. 18 r. 16 niet, terwijl K slechts nu en dan kleine stukjes vertegenwoordigt].

In die opgaven vindt men niet alleen de eigentlijk gezegde afwijkende lezingen. Met opzet en niet zonder bedoeling zijn daar ook de onbeduidendste schrijf- en spelfouten, welke de exemplaren leverden, opgenomen, aangezien het vari belang is te laten uitkomen van welk gehalte over het algemeen, vooral waar het proza-teksten betreft, ieder exemplaar op zich zelf is, en omdat zij later wellicht nog eens zullen kunnen dienen om tot het vinden van de ware oorspronkelijke lezing den weg te wijzen. Verschillende plaatsen in den tekst, dien men ook vermoeden moet, dat hij eenige elders niet voorkomende woorden bevat, zijn onverstaanbaar, althans voor schrijver dezes. Slechts een stipt referaat van het aangetroffene kan aan hetgeen weergegeven wordt, waarde bijzetten, ook al moeten die onverstaanbare gedeelten voorloopig als zoovele onopgeloste, en misschien onoplosbare raadsels blijven paradeeren.

[Het opnemen der Leidsche codices heeft jammer genoeg niet veel beteekenis voor het verstaan van den tekst. De beteekenis ligt voornamelijk in het feit, dat nu alle beschikbare handschriften, in den apparatus criticus zijn opgenomen. Slechts in heel weinig gevallen gaven zij meerder licht over een duistere plaats, bv. majarakën voor marajakën op bl. 9 reg. 34 volgens E, F, G, H en I; sira kahatura ring voor irika akua ring op bl. 23 reg. 24 volgens D en E: asalaha voor asaha op bl. 27 reg. 29 volgens D, E, F en I. 'Maar meestal laten zij ons voor dezelfde moeielijkheden staan als de codices, die Brandes ten dienste stonden. Dezelfde onverstaanbare constructies, woorden en uitdrukkingen keeren regelmatig in alle handschriften terug. De waarschijnlijkheid is dus groot, dat hun onverstaanbaarheid meer te wijten is aan onze geringe kennis van het Middel-Javaansch idioom, dan aan een slechte overlevering, ook al zijn de sporen van slordigheid en het mede-auteurschap der afschrijvers vele. Vooral H munt hierin uit. Men kan zich daarvan overtuigen door den kritisohen apparaat in te zien.]

Hoe en wanneer de tekst, op het bestaan waarvan reeds jaren geleden de aandacht gevestigd werd door Friederich, van Bloemen Waanders en van der Tuuk '), vervaardigd werd, laat zich niet zoo nauwkeurig uitmaken als wenschelijk zou kunnen worden geacht.

Uit de kolophons van de handschriften C en B blijkt het, dat hij in het begin der 16» Cjaka-eeuw reeds bestond, en uit het boek zelf, dat althans het laatste er in vermelde feit niet vóór het begin der 15e Van dezelfde jaartelling te boek kan zijn gesteld. Maar daarnevens wettigt de kroniekmatige vorm van het laatste

1) Zie Voorloopig verslag van het eiland Bali, Verh. Bat. Gen. XXII (1849), bl. 21; Tijdschr. Bat. Gen. VIII (1859), bl. 155; en Not. B. G XV (1877) bl. 115.

Sluiten