Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook van de overige parallele literatuur wordt in de aanteekeningen hierachter niet gèwaagd. Wat mij daarvan onder de oogen kwam was van zulk een slecht gehalte, nl. een beschadigd fragment van een hoogst gebrekkig exemplaar van de proza Pamancangah, Bat. Gen. kropak no. 518, dat het veiliger scheen er geen gebruik van te maken.

De kidung Arok uit Cèrbon, zie Not. Bat..Gen. IX (1871), bl. 26, waarop door mij in mijn opstel „Over een ouderen Dipanëgara in verband met een prototype van de voorspellingen van Jayabaya", Tijdschr. Bat. Gen. XXXII (1889), reeds gewezen werd, leverde evenmin iets van beteekenis. Van hetgeen er nog van voorhanden is, is het eerste gedeelte, dat slechts bij stukjes en brokjes gespaard bleef, alleen te begrijpen na het lezen van de Pararaton, en voor zoover zij gaaf is, gaat zij daarbuiten.

Van de opschriften^ die behooren tot het tijdvak waarover de tekst van de Pararaton loopt, is slechts gebruik gemaakt voor zoover zij tot toelichting konden dienen. Het kon zelfs niet in de bedoeling liggen om ook maar die, van welke er gedeelten moesten worden overgenomen of aangehaald, in hun geheel mede te deeleji, maar het kan zijn nut hebben er hier even aan te herinneren, dat er behoudens de tot staving hier en daar geciteerde oude oorkonden nog andere zijn, die geen gegevens van dadelijk belang verstrekten. Wat er voorhanden is, is opgesomd in Tabel VI, Chronologisch overzicht over de jaren 1144—1408 Qaka = 1222—1486 A. D., beneden, en voor een gedeelte leeren die stukken wellicht nog wel iets anders dan de Pararaton. Daar dit intusschen niet bleek, of althans niet duidelijk was, werd besloten ze vooralsnog te laten rusten; het was hier trouwens ook niet te doen om de Majapahitsche periode in haar geheel te beschrijven onder aanvoering van alles wat daarvoor in aanmerking komen zou. Vóór daartoe zal kunnen worden overgegaan, dienen eerst eenige der belangrijkste bronnen uitgegeven en afzonderlijk besproken te worden, waarvoor de Pararaton in de eerste plaats in aanmerking kwam.

Om met dien tekst kennis te maken wordt hier dan ook de gelegenheid geopend. Moge hij bij den lezer voldoen aan de verwachting, die hier in het voorafgaande werd opgewekt.

staat tegen den vorst van Majapahit op, juist omdat deze hem geen patili had gemaakt, bijv. zoo staat er ergens, als hij rijkelijk, maar op een andere wijze, voor zijne diensten beloond en begiftigd is geworden, tan sukd kédvoa amangkubhümi. Jayakatong wordt door het hoofd der Chineesche troepen niet gedood in het gevecht, maar sterft na hun vertrek in de gevangenis, ndan inucap sira sang kawenang ing prang gri jayakatong angripta wukir polaman lud moksa ing pahjara ring' Jimggaluh sirdngawi makdkarana muliheng suranadi. En zoo zou men voort kunnen gaan.

Sluiten