Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er een mensch (bij) gedood wordt, maar er is op een andere wijze niet te voldoen aan het verzoek om een rooden bok als offer ')". De losbandige nam (namelijk) 2) op zich het deuroffer van Mpu Tapawangkëng te zijn; hij deed wat hij beloofde, om op die wijze terug te keeren 3) naar "Wisnu's wereld 4), om zich weer in de midden- (d. i. menschen-)wereld te kunnen incarneeren in iemand van staat; aldus namelijk verzocht hij. Dat is het oogenblik geweest, dat Mpu Tapawangkëng hem toestond, dat hij zich incarneeren zou in overeenstemming met hetgeen hij bij zijn sterven vroeg. Hij doorleefde de zeven kreitsen. Na zijn dood nam hem Mpu Tapawangkëng als offer 5), en toen dat gebeurd was, vloog hij weg .(verdween hij) naar "Wisnu's wereld, zooals de afspraak was, die hij gemaakt had, toen hij zich als offer gaf, en verzocht in staat gesteld te worden zich beoosten den Kawi te incarneeren.

(Begin van het eigentfijhe verhaal). Bhatara Bhrahma zag uitfi) naar iemand, bij wie hij een kind verwekken kon. Daarmede viel" samen, dat er een jong bruidspaar was, dat juist de liefde pleegde. De man heette Gajahpara, en de vrouw Ken Endok. Zij bewerkten als landbouwers hun grond. Ken Endok bracht haren man Gajahpara zijn eten op de sawah.

[2] De sawah, waarheen zij het eten bracht, heette Ayuga, en de streek waar Ken Endok woonde, Pangkur. Toen daalde Bhatara Brahma neder en hij besliep Ken Endok, op de Tégal lalatëng. Hij legde haar een verplichting op: „Laat u niet weer door uwen man beslapen; als gij u door uwen man zult laten

1) Dat in hetgeen tot hiertoe vertaald werd, de juiste zin getroffen is, is alles behaHé zeker. Men lette er op, dat ook lager in den tekst herhaaldelijk zaken, waarop voorafgaande mededeelingen reeds sloegen, en waardoor dezen alleen duidelijk worden, eerst later worden vermeld. — P.: Het gevraagd offer (van) een rooden bok (d. i. de bruine .Javaan) kan onmogelijk de zonde reinigen (amutusakëna papa?).

2) J. „zeide, dat hij".

3) Lees margahanira mulih.

4) In 'tJav. maring Wisnubhuwana. Hieruit, men leze ook wat er dadelijk op volgt, 'moet men opmaken, dat de amëgati apus, die dus eigenlijk daar thuis behoorde, en zich van daar uit wil gaan incarneeren, niemand anders dan Wisnu zelf was. In wien hij zich zal gaan incarneeren, wordt nog niet gezegd, doch, terwijl het zich reeds hier laat vermoeden, dat dit wezen zal in den hoofdpersoon van 't volgende, verhaal, blijkt het op bladz. 8, reg. 31 volgg, dat inderdaad Keu Angrok de uitverkorene was. Deze, door Bhatara Brahma verwekt, en door Bhatara Guru, in een plechtige samenkomst der godeq, zijn zoon genoemd, is dus daarenboven ook nog een incarnatie van Wisnu. Het is zaak, daarop hier reeds even de aandacht gevestigd te hebben. Dit hoogst onduidelijke voorspel, om 'tzoo te noemen, moet toch zonder twijfel dienen, niet minder dan hetgeen later zoo veel duidelijker omtrent Angrok's afkomst wordt verteld, om diens grootheid en zijn eigentlijke wezen in het licht te stellen. Ken Angrok, volgens de hier gevonden overlevering de stamvader van de latere vorsten van Majapahit, was geen gewoon mensch. Bij het lezen van het eerste gedeelte van het hoek houde men dit steeds in het oog. Dat moest worden aangetoond, en het is begrijpelijk, dat men daartoe de middelen bezigde, die dat, van inlandsch standpunt, duidelijk konden en moesten maken; intusschen behoeft daarbij geen opzet of beraamd bedrog in 't spel te zijn geweest.

5) P. vertaalt het voorafgaande:... incarneeren zou; hij beproefde den toestand van het doodzijn en doorleefde de zeven kreitsen. Nadat hij dit gedaan had, nam hem M. T. als offer.

6) In 'tJav. angilingilingi.

Sluiten