Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed rijp zijn, mag men ze plukken". Ken Angrok kreeg er ergen trek in, toen hij ze zag, en. was er steeds meer ') van vervuld. Op een zekeren nacht, op den tijd dat men gewoonlijk slaapt, en ook Ken Angrok sliep, kwamen er uit zijn hoofd in grooten getale, en al maar door, vleermuizen 2) te voorschijn, die den ganschen nacht van die /(wn&w-vruchten van -Janggan aten. Den volgenden morgen zag men ze in tuin verspreid liggen; Janggan's volgelingen raapten ze op. Toen Janggan de vernielde jambu-\rvtoh.tea in den tuin verspreid zag liggen, werd hij boos, en zeide tot een der jongelingen (die bij hem in huis waren): „Hoe komt die jambu zoo vernield?" Hij kreeg van dezen ten antwoord: „Hij is vernield, heer, doordat er vleermuizen aan geweest zijn *), die er van gegeten hebben". Janggan nam daarop roiaw-doornen, waarmede hij dien jambu omvlocht, en hield den geheelen nacht de wacht. Ken Angrok sliep weer, in de zuider-gaanderij 4), dicht bij de plaats, waar het gedroogde gras lag 5), en Janggan soms °) atëp bond. Toen Janggan de vleermuizen in groote zwermen uit het hoofd van Ken Angrok komen en zijn ./amèw-vruehten opeten zag, werd hij boos '). Te vergeefs 8) trachtte hij ze met schreeuwen te verjagen. Hij werd toen nog boozer, en joeg Ken Angrok weg; ongeveer tegen middernacht was dat. Ken Angrok stond verschrikt en in de war op, liep naar buiten, en ging daar in het alangalang-veld 9) liggen slapen. Toen Janggan (iets later) naar hem ging (kijken), zag hij midden in de alangalang iets lichten 10). Hij schrok, meenende, dat er iets in brand was geraakt. Hij onderzocht wat hij zag lichten, en bevond toen, dat Ken Angrok dat licht van zich gaf. Hij wekte hem, zeide hem weer in huis te gaan en verzocht hem daar weer te gaan slapen; en zoo sliep Ken Angrok weer binnen 1'). Den volgenden morgen beval Janggan hem de vruchten te gaan plukken. Verheugd zeide Ken Angrok: „Laat ik maar eens wat (grooter) worden, dan zal ik Janggan wat ik hem schuldig ben, betalen".

Ken Angrok was (nu) gaandeweg grooter geworden. Met Tuwan Tita weidde hij (kebo's), en maakte hij een bijdorpje, ten oosten van Sagënggëng, op de tegaVa van Sanja, om er, met zijn makker, tuwan Tita, de voorbijgangers te belagen. .vS^ypa

[5] Nu had iemand, die in het bosch van de Kapundungah-érs palmwijn

1) J. maha, met opzet.

2) In 't Jav. lalawah. — J. Bal. Jav. lalawa.

3) In 't Jav. tampaking lalawah.

■4) In 'tJav. salu. — J.: bank, rustbank; O. Jav. salö (P. idem).

5) In 't Jav. kakawunganing alalang. — S. kawung, arèdvezel, gedroogd blad. Van der Tuuk Wdb. leest kakapungan alangalang (kapüng = punggël).

6) J.: juist.

7) ln 't Jav. apësëh.'— J. Van der Tuuk: het griefde hem (pësëh = ëmar, vgl. pegel).

8) In 't Jav. kawalahan (kuwalahën).

9) P.: den atangalang-hoop.

10) Zie boven.

11) P.: Ken Angrok gehoorzaamde, en zoo sliep hij weer binnen. ■

Sluiten