Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tapte, een schoone dochter. Deze vergezelde haren vadèr naar het bosch. Zij werd daar door~Ken Angrok verkracht ') en beslapen. Adiyuga heette dat bosch.

Erger nog misdroeg hij zich; hij belaagde 2) de voorbijgangers, en toen nu naar Daha het bericht was doorgedrongen, dat Ken Angrok (op die wijze ergen) last veroorzaakte, trachtte de akuwu van Tumapël3), die Tunggul amëtung4) heette (en onder Daha stond), hem onschadelijk te maken.

Hij verliet Sagënggëng en toog ttaar Rabut gorontol. „ Dat mijne vervolgers door het water tegengehouden5) mogen worden", vloekte °) hij, „dat er water te voorschijn kome uit het niet; zoo zal er een storm ') opkomen, en op Jawa zal er geen last zijn" 8). Zoo sprak hij.

Hij verliet Rabut gorontol, en toog naar Wayang, naar het veld Sukamanggala. Daar was een vogelaar, dien hij beroofde °).

Daarop ging hij naar Rabut Katu ,0). Benard "), zag hij een katu-boom ,2) zoo groot als een vijgenboom; daarin 13) vluchtte hij.

Vervolgens vluchtte hij naar Junwatu, de kreita van de wong sampürna, daarna naar Lulumbang, waar hit zijn intrek nam bij een vreemde (daar) '*), een krijgsmanszoon, Gagak ingët geheeten. Hij leefde daar eenigen tijd, maar beroofde (ook hier) de voorbijgangers weder.

Hij ging (vervolgens) van daar weer naar Kapundungan (terug), om er ïn de Pamalantënan ,5) te gaan stelen. Men bemerkte hem, zette hem na en omringde hem, en niet meer wetende waarheen te ontkomen, klom hij in een taZ-boom, op den rand der rivier, maar toen de dag aanbrak, zag men, dat hij daar ingeklommen was, en onder aan den voet van den boom wachtten de Kapundungan-ers hem af, het alarmsein ,G) slaande. Zijn vervolgers wilden den

1) J. anggamëli, vasthouden, tegenhouden.

2) Lees anawala. — J.': straatroof plegen.

3) J.: vau dit Tumapël; zoo ook Van der Tuuk.

4) Deze eigennaam is op Java nog bekend, zie Babad tanah Djawi, ed. Meinsma (1874) bl. 11.

5) In 'tJav. kabëbëng.

6) Sot, een vervloeking over iets uitgesproken.

7) In 't Jav. tahun. — J.: alsdan (samangkana ook = evenzoo) komt het jaar, enz. Vgl. Van der Tuuk Wdb. s. v. langkar.

8) Dit laatste is mij in 't verband onverstaanbaar.

9) In 't Jav. hana ta papikatan përit, irika ta sira anawala wong asëdahan manuk.

10) J.: de heilige katu?

11) Kapihanan wordt hier met „benard" op de gis vertaald. — J. Van der Tuuk pihan, beloofd, verwittigd — P. kramavorm van kapuhan met anl

12) J.: katu-struik.

13) J.: waar hij uitging.

fl'viill 14) In 't Jav. wong amaradega. — P. Misschien: een vreemdeling, een Ilindu'sche ksatriya.

15) Hier als eigennaam genomen; de juiste beteekenis is mij onbekend. — J.: plaats der wasschen; V. d. T. walantén. ■

16) Kajar, op de gis vertaald. — J. Bij Van der Tuuk onvertaald.

Sluiten