Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kokertje. Voorovergebogen ') beploegde hij ijverig het boonenveld. Het eten werd door Ken Angrok, die er al bukkende naartoe sloop, weggenomen 2). Zoo deed hij dagelijks. De amandala stond er verbaasd van, dat het eten van den jongen dagelijks3) verdween, en* zeide: „Hoe komt toch die rijst te verdwijnen?" Zich in de wëlahan verschuilende, hield hij het eten van den herder in het oog, terwijl hij den jongen (in zijne plaats) liet ploegen. Spoedig daarop 4) kwam Keil Angrok uit het bosch, om de rijst weer weg te halen. De amandala sprak hem aan : „Gij zijt het dus, mijn jongen, die de rijst van mijn buffeljongen iederen dag weg neemt"5). Ken Angrok antwoordde: „Ja, amwndala, ik nam het eten van uw jongen iederen dag weg, omdat ik honger en niet te eten heb". De amandala zeide: „Wel, mijn jongen, kom in mijn kluis als gij honger hebt, vraag (daar) iederen dag om rijst, want dagelijks zie ik uit of er ook gasten komen". Zoo werd Ken Angrok door den amandala uitgenoodigd te Batur °) te komen, en op rijst en toespijzen onthaald. De amandala zeide tot zijri vrouw: „Nini bhatari, ik draag u op, om, als Ken Angrok hier mocht komen, en ik niet thuis mocht zijn, als zijn huisvrouw, lief tegen hem te wezen '), hij is medelijdenswaardig". Ken Angrok, zoo verhaalt men, kwam daar (toen) eiken dag.

Van daar ging hij naar Lulumbang, naar Banjar kocapet.

Nu geschiedde het eens, dat de amandala van Turyantapada van 8) Kabalon terugkeerde. Deze, Mpu Palot geheeten, bezat de dharmakahcana °). Hij was een leerling Van den hyang buyut van Kabalon, den belichaamden dharmakahcanasiddhi, siddhi = sanidya. Mpu Palot keerde (dan) van Kabalon weer terug met 5 tahil ruw (goud) 10). Te Lulumbang rustte hij even uit. Hij zag er tegen op alleen naar Turyantapada terug te gaan, omdat men vertelde dat er iemand was die den weg onveilig maakte. Die persoon moest Ken Angrok heeten. Mpu Palot wist niet, dat het een en dezelfde was ").

. 1) J.: geheel daarmede bezig.

2) P.: Hij was geheel verdiept in het beploegen van het boonenveld (zoodat hij niet wist) dat het eten ... weggenomen werd.

3) In 'tJav. baryan dina.

4) P.: Werkelijk. Oud-Jav. tan-dwa; het Jav. tandu is een verkeerd begrepen lan-dwa.

5) In plaats van ngamet zal er wel katog amet moeten worden gelezen.

6) J.: aan de kluizenarij.

7) In 't Jav. kukurënën tumuli. — J.: verwelkomen — P.: onthalen. Dit is de betcckenis van kurén in het West-Bagelensch.

8) In den tekst staat mareng, naar.

9) Dhartnakaiicana, iets lager dharmakaneanasiddhi, blijkbaar de naam van de leer, of van een mantra, waarmede men goud vinden (of maken) kan; siddhi beteekent tooverkunst, en hetzelfde geldt van sanidhya, zie B, dat volgens Dr. van der Tuuk met yoga wordt verklaard.

10) In 't Jav. lakar. — J.: grondstof.

11) NI. de persoon, dien hij te Lulumbang ontmoeten zou (waarheen Ken Angrok zich had begeven) en die gevaarlijke roover. — f.: Mpu Palot kende daar geen enkel persoon, (en wist dus niet, dat degeen, dien' hij ontmoette, K. A. was).

Sluiten