Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

[7] Hij trof er Ken Angrok aan '). Deze sprak tot hem: „Wel, mijnheer, waar gaat gij naar toe?" Mpu Palot antwoordde: „Mijn jongen, ik kom van Kabalon, om weer naar Turyantapada terug te keeren: maar ik ben bang voor onderweg, want iemand, die Angrok heet, moet hem onveilig maken". Ken Angrok .glimlachte en zeide: „Wel, mijnheer, dan zal ik u begeleiden, en ik zal hét straks wel tegen hem opnemen, als wij dien Ken Angrok mochten ontmoeten; ga u maar verder naar Turyantapada terug, en maak u niet ongerust". De mpu van Turyantapada gevoelde zich zeer verplicht, toen hij de belofte van Ken Angrok vernam, en thuis gekomen, leerde hij hem de dharmakahcana (tot belooning). Deze kende haar spoedig, én voor Mpu Palot deed hij, als men diens wondermacht (met de . zijne) zou willen vergelijken, (daarna) niet onder. De kluizenaar nam hem ook tot kind aan, tengevolge waarvan dé kluis van Turyantapada ook Mandala ing bapa heette.

Nü gedroeg zich Ken Angrok na Mpu Palot als vader erkend te hebben, als volgt. Omdat Mpu Palot (nog) niet voldoende had2) zond deze hem naar Kabalon om de dharmakancana bij den hyang buyut van Kabalon geheel en al meester te worden en het ruwe (goud), dat hij er nog had achtergelaten 3), geheel weg te halen 4). Ken Angrok ging er heen, maar de bewoners van Kabalon vertrouwden hem niet. Dit maakte hem boos: „Er zij ëmbang in depanapen (?)s) (wenschte hij), en hij trachtte het hoofd daar te vermoorden, maar dit vluchtte en ontkwam bij den hyang buyut.yan Kabalon. Alle kluizenaars van. Kabalon, de guruhyang's tot en met de kapuntan °), werden opgeroepen; zij kwamen naar buiten met hun gamëlan-h&mers '), zetten Ken Angrok na, en sloegen hem met die hamers, om hem, als dat kon, te dooden 8). Maar nu hoorden zij een stem uit den hemel: „Doodt dien man niet, kluizenaars; hij is mijn zoon, en heeft nog veel in dit ondermaansche te verrichten" 9). Dit hoorden de kluizenaars zich uit den hemel toeroepen. Zij hielpen Ken Angrok weder geheel 10) bijkomen. Daarop zwoer Ken Angrok een eed n), zeggende: „Er zal beoosten den Kawi geen kluizenaar zijn, die de dharmakahcana niet volkomen bezitten zal". Daarna ging hij van Kabalon naar Turyantapada, en de kluizenaar van de Mandala ing bapa verkreeg de dharmakahcana nu geheel.

1) J.: in de rustplaats. • 2) P.: Nu erkende Ken Angrok Mpu Palot als zijn vader. Omdat er bjj M. P. iets ontbrak (wat betreft de kennis van de dharmakahcana) zond deze hem enz.

3) Katunanira van ka(n)tun, = kari.

4) P.: klaar te maken.

5) J.: Vervolgens was er een ëmbang (V. d. T. Wdb. eigennaam ? van een asceet) in de panapen. Jav. panëpen of van twpi, van tapal

6) J. Ontbr. bij Van der Tuuk. Kan ook collectief zijn, vgl. kategan.

7) In 'tJav. palugangga.

8) Aminona, in B en C amingronana? — J.: herhalen.-

9) J.: lang zal zijn werk zijn.

•-- 10) In 'tJav. kadi pralagi, als vroeger, als voorheen. 11) In 'tJav. upata.

Sluiten