Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land van Jawa hecht en sterk maken". Nu kwam Ken Angrok uit dè vuilnishoop te voorschijn, en de goden keurden hem, toen zij hem gezien hadden, goed, en stelden vast, dat hij (als koning) Bhatara Guru heeten zou1); zoo beslisten zij, onder luid en algemeen gejuich 2).

Over Ken Angrok was door het lot (nog verder) beschikt, dat hij als vader erkennen zou den weleerwaarden brahmaan Lohgawe, die juist van Jambudwipa was gekomen, omdat hij hem te Taloka moest gaan zoeken; zóó zijn er het eerst brahmanen oostelijk van den Kawi aangeland. De tocht naar Jawa had hij niet met een schip gemaakt; op drie kaiatang-bl&AeTBn had hij hem gedaan 3). Hij landde in het gebied van Taloka, en zocht nu Ken Angrok overal. Hij 4) sprak: „Er moet een jongen zjjn met lange handen en dikke knieën 5), in zijn rechterhand moet het radteeken en in zijn linker het schelpteeken te zien zijn0), Ken Angrok heet hij, en ik zag hem in mijne devotie; hij is een incarnatie van Bhatara Wisnu'), die mij indertijd in Jambudwipa onderrichtte: „Eerwaarde Lohgawe, gij hebt mijn beeldtenis nu reeds zoo lang aangebeden, (maar) zelfben ik hier niet (meer); ik heb mij geincarneerd in een mensch op Jawa; volg 8) mij (daarheen); ik ben?) (thans) Ken Angrok; [9] zoek mij in de speelhuizen" ". Spoedig daarop 10) treft Lohgawe Ken Angrok in een speelhuis aan. Hij ziet oplettend toe, en werkelijk hij is het dien hij in zijn devotie gezien had. Hij wendt zich tot hem en zegt: „Gij, mijn jongen, zij t Ken Angrok? Ik ken u, omdat ik u in mijn devotie heb aanschouwd". Angrok antwoordde: „Juist, mijnheer, ik ben Ken Angrok". De brahmaan omhelsde hem en zeide: „Ik neem u aan tot zoon, mijn jongen, ik zal u helpen in het ongeluk 1'), en u verzorgen waarheen gij ook gaat". Ken Angrok verlaat daarop Taloka, en gaat met den brahmaan naar Tumapël. Daar gekomen vindt hij een goede gelegenheid 12) om, zooals hij erg verlangde, bij den akuwu Tunggul amëtung op audiëntie te gaan13). Er is juist audiëntie. Tunggul amëtung zeide: „Welkom 14), mijnheer de brahmaan,

1) Zie later. Uit het hier gebezigde bhiseka (oorspr. abhiseka) 'ontstond het nieuwJav. bisikan.

2) In 't Jav. asurak asanggaruhan. ■

3) In 't Jav. atampakan ron enz. — J. tot tampakan hebben. Vert.: stond op drie kakalang-b\aéerea. (overigens onbekend).

4) Lees danghyang.

5) P. • met lange handen, reikende tot over de knieën. Dit is een der kenmerken van den Buddha.

6) P. Beiden kenmerken van den cakrawar-tin ; zie o.a. Cakuntala.

7) Zie boven, bl. 46 noot 4.

8) In 't Jav. tumutureng.

9) Lees araningong; zijn en heeten komen in het Javaansch op het zelfde neer.

10) P.: Werkelijk. Zie bl. 53, noot 4.

11) In 't Jav. anastapa. — J. uit manastapa, Ond. Jav. spijtig, rouwig.

12) In 't Jav. kaladeca, (een goede) tijd en plaats (om iets te doen), een term ontleend aan het krijgswezen en de daarmédë samenhangende politiek.

13) Er zal wel asesebaha moeten worden gelezen. — J. aseseban, te dienen Vgl echter 10, 29 atëlemu, doch Wdl. aCémü.

14) Lees bhagea.

Sluiten