Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van waar komt u, dien ik tot nog toe niet zag". De eerwaarde Lohgawe antwoordde: „Mijn jongen, akuwu, ik kom juist van over zee; ik wilde gaarne bij u, mijn jongen, m dienst komen en verwijlen, en ook mijn aangenomen zoon hier zou dat gaarne bij u doen". Tunggal amëtung liet daarop volgen: „Wel, eerwaarde, het doet mij genoegen, dat u bij mij wil komen- verblijven ')". [Aldus sprak Tunggul amëtung]. Ken Angrok diende nu gedurende een tijd bij Tunggul amëtung, den akuwu van Tumapël.

Nu gebeurde het dat er te Panawijen een geleerde buddha-jitieater 3) van de mahayanistisehe kerk, was. Hij- had een kluis op de velden 3) van de Panawijen-ers, en heette 4) Mpu Purwa. Hij had een dochter van vóór dat hij mahayanist geworden was, een meisje buitengemeen schoon, Ken Dëdës geheeten. Men vertelde van haar, dat zij onvergelijkelijk schoon was, en beoosten den Kawi was dat doorgedrongen tot Tumapël5). Tunggul amëtung hoorde hetj hij ging naar Panawijen, naar het verblijf van Mpu Purwa, vond (daar) Ken Dëdes, en was over de schoonheid van de maagd geheel opgetogen. Mpu Purwa was juist afwezig, en zoo werd Ken pëdës door Tunggul amëtung met geweld °) geschaakt. Toen Mpu Purwa weer terugkwam, vond hij zijn (immers) reeds geschaakte dochter niet (terug); hij begreep het niet'), en slingerde een verschrikkelijke verwensching (tegen de schuldigen): „Moge de schaker van mijn kind het genot, dat hij van haar hebben zal, niet ten einde toe smaken, maar door sluipmoord met een kris8) omkomen; en mogen de putten van de Panawijen-ers opdrogen, en er geen water uit de bekkens hier meer vloeien, omdat zij mij niet bericht hebben, dat mijn kind aangerand9) werd; en voor mijn kind, die de karma amamadangi,0) geleerd heeft, wensch ik, dat zij een zeer groot geluk deelachtig moge worden". [10] Zoo luidde de vloek van den mahayanwt te Panawijen.

Nadat Kén Dëdes te Tumapël was gekomen, sliep Tunggul amëtung met haar, en hij beminde haar teeder, en toen zich de eerste teekenen der zwangerschap begonnen te openbaren u), deed hij met haar voor genoegen een uitstapje naar

1) J.: dat U tevreden zijt, als U bij uw kind zijt.

2) In 'tJav. boddhasthdpaka.

3) In 't Jav. setra; ook begraafplaats, nl. waar de lijken worden neergelegd. — Deze laatste vertaling zal wel de juiste zijn, zie Van Eerde in Bijdr. Kon. Inst. 65 (1911) p. 11 en Van Stein Callenfels in Tijdschr. Bat. Gen. 58 (1918) p. 359 sq.

4) In 't Jav. apuspata.

5) J.: dat zij zeer schoon was en beoosten den Kawi haar gelijke niet had, en dat was doorgedrongen tot Tumapël.

6) In 't Jav. sinahasa.

7) In 't Jav. tan voruh ring kalinganira.

8) In 't Jav. binahud angyêris. — J.: Volgens Van der Tuuk door het trekken van een kris een vrouw tot zijn wil trachten te brengen; ook overdrachtelijk bijv. van een bloem gezegd.

9) In 't Jav. den-walat.

10) De kunst om licht te geven; wat bedoeld is, blijkt beneden.

11) In 'tJav. ngidam.

Sluiten