Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den hof Boboji. Zij reed (daarbij) op een wagen. Bij het afstijgen van den wagen, in den tuin, deed het toeval') hare bloote dij tot op haren schoot zichtbaar worden2), en zag Ken Angrok daar een vuurgloed. Hij raakte daardoor in de war 3), en dan *), zij was zoo volmaakt en onvergelijkelijk schoon, dat hij verliefd werd, en niet wist hoe hij het had.

Nadat Tunggul amëtung van zijn uitstapje weer naar huis gekeerd was, vertelde Ken Angrok (wat hem overkomen was) aan den eerwaarden Lohgawe: „Eerwaarde vader, wat is het voor een vrouw, wier schoot een vuurgloed uitstraalt; brengt zij ongeluk of geluk aan5)?" De eerwaarde zeide: „Wie is dat, mijn jongen?" Angrok zeide: „Vader, er was een vrouw, wier schoot ik zag". De eerwaarde Lohgawe zeide: „Zulk een vrouw, mijn jongen, is eene n&rfywari (meesteresse der vrouwen) °), zij is het beste puik der vrouwen, mijn jongen, de ellendigste (armste, slechtste) man '), die haar de zijne maken kan, wordt wereldveroveraar8)". Angrok zweeg eerst een poos, en zeide toen: „Eerwaarde vader, de vrouw wier schoot dien vuurgloed uitstraalde, is de gemalin van den akuwu van Tumapël; nu ik dat weet9) zal ik hem door sluipmoord met een kris het leven benemen, door mijn hand zal hij omkomen, mits u het goed vindt".„ De eerwaarde antwoordde: „Mijn jongen, Tunggul amëtung zal door uw hand sneven, maar het gaat niet aan, dat ik mijn goedkeuring hecht10) aan hetgeen gij doen wilt; dat ") is geen handelwijze gepast aan een brahmaan; doe evenwel12) wat. gij wilt". Angrok zeide: „Dan, vader, neem ik afscheid van u". De brahmaan zeide weer: „Waar wilt gij heen gaan, mijn jongen?" Angrok antwoordde: „Naar Karünian, daar woont Bango samparan, een speler, die mij tot kind heeft aangenomen, en veel van mij houdt; dien wil ik het vragen; misschien hecht hij er zijn goedkeuring aan". „Dat is goed, maar, mijn jongen, blijf niet lang te Karuman". Angrok zeide: „Wat zou ik er lang te maken hebben?"

Ken Angrok verlaat nu Tumapël, bereikt Karuman, en vindt (daar) Bango samparan. „Waar komt gij van daan, — (zoo luidt de ontvangst daar), — gij zijt in lang niet bij mij geweest. Het is mij of ik droom, dat ik u weer bij mij heb. Gij zijt wel lang weg geweest". Ken Angrok antwoordde hem: „Ik ben in Tumapël

1) In 't Jav. katuwon. — J. Niet op zichzelf, doch steeds met een uitdrukking van widhi.

2) In 't Jav. kengis 'wëtimra kengkab tëkeng rahasyanira. — Dit laatste woord wordt, naar Rouffaèr opmerkt, het best met het Oud-Hollandsche „heimelijkheid" weergegeven.

3) In 't Jav. kawëngan. — J.: was daarover verbaasd.

4) J.: evenwel.

5) In 't Jav. laksananipun. — J.: omineus teeken.

6) Beneden ardhandricwari.

7) In 't Jav. wong papa.

8) In 't Jav. ratu ariakrawarti.

9) J,: als dat zoo is.

10) In 't Jav. angadyanana, zie ook verder beneden in den tekst.

11) P.: want dat.

12) In 't Jav. ahingan, vgl. bl. 11, reg. 5. — P.: het moet geheel afhangen van uw eigen wil.

Sluiten