Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

godenverblijf was gaan zweven '), toen verdwenen (ook) de drie prinsessen met kraton en al (uit het gezicht, door onzichtbaar te worden).

(De overwinning van Ken Angrok op Daha was volkomen). Nu hij zijn vijand had verslagen 2), keerde hij naar Tumapël terug, en had hij den stand van zaken op Jawa gewijzigd ?).

Het Caka-jaar waarin hij koning werd, dat is tevens dat van den val van Daha, was 1144. Nf$$i§

[15] Na eenigen tijd, zoo vertelt •ifien, deed Anüsapati, de zoon van Tunggul amëtung, een vraag aan zijn mentor4). „Ik ben voor uw vader bang", zeide deze, „spreek u liever5) met uwe moeder". Nüsapati hield (daarop) niet op zijne moeder te vragen: „Moeder, ik vraag u, wat beduidt het toch, dat vader mij zoo geheel anders aanziet dan mijne broeders en zusters, niet eens daarbij in rekening brengende (mijn halve broeders en zusters,) de kinderen van mijn halve moeder, dan ziet Vader nog anders". Het was duidelijk dat het einde van sang Amürwabhümi naderde °). Ken Dëdës antwoordde: „Het heeft er veel van, dat gij hem niet vertrouwt7), doch, als gij het verlangt te weten, uw (eigentlijke) vader is Tunggul amëtung; ik was drie maanden zwanger bij zijn dood; daarop werd ik door sang Amürwabhünii (tot vrouw) genomen". Nüsapati zeide: „Dus, moeder, is sang Amürwabhümi mijn vader niet; maar hoe stierf mijn vaderP" „Sang Amürwabhümi, mijn jongen, heeft hem gedood". Ken Dëdës zweeg (daarop), als of zij te ver was gegaan 8) met de werkelijke toedracht aan haren zoon te vertellen. Nüsapati zeide: „Moeder, vader (nl. sang Amürwabhümi) heeft een kris van Gandring, die zou ik gaarne willen hebben, moeder". Ken Dëdës gaf hem die. Anüsapati nam afscheid en keerde naar zijn eigèn paleis 9) terug.

Hij had een pangalasan 10), van Batil; dezen ontbood hij. Hij gaf hem bevel Ken Angrok te dooden, hem die kris van Gandring gevende om er sang Amürwabhümi mede te dooden, (en het gelukte) Nüsapati dien man van Batil om te koopen "). Deze ging naar de kraton, vond sang Amürwabhümi juist aan het eten, en doorstak hem. Hij (sang Amürwabhümi) werd afgemaakt op een Donderdag Pon van (de wuku) Landëp, op het oogenblik dat hij at, het sande jabung,2) was,

1) J.: dat hing. '

2) In 't Jav. jayasatru.

3) J.: regeerde hij.

4) Welke vraag dat geweest moet zijn, kan men uit het vervolg opmaken.

5) In 't Java aron. — J.: 't is beter dat.

6) In 't Jav. samasa, afgewisseld met antaka. — J.: lees samaya.

7) J.: wel is hij, die er op vertrouwt, die 'tgelooft, verkeerd. Mogelijk: ik doe verkeerd met antwoord te geveiï.

8) J.: het bleek, dat zij verkeerd had gedaan.

9) In 't Jav. kamëgëtan.

10) J.: Jav. Wdb. gunung?

11) In 'tJav. ingëbang. — J.: beloften doen.

12) J. sande-jabung v. sande-kala (sandhya-kala), avondschemering. Sande = Sasak:

Sluiten