Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Woonden, verrichtingen beneden hunne waardigheid wilde laten doen '). Daartegenover staat evenwel het bericht, dat er te Panawijen een bhujangga woonde2), of deze moet zich daar ter plaatse, die men toch in Tumapël zoeken moet, gevestigd hebben na de komst van Lohgawe uit Jambudwipa, die boddhasthdpaka, en wel een mahayanistische was, maar vroeger het mahdydna niet volgde. Men mag vragen, welken godsdienst hij dan wel was toegedaan. Van hinaydna, de zuidelijke buddhistische kerk, kan op Java geen sprake zijn3) en er rest dus slechts aan te nemen, dat hij of heiden was, of wat men gewoonlijk de brahmaansche geloofsleer noemt, omhelsde. Dat het Hinduïsme reeds lang vóór den tijd, waarin het in den tekst verhaalde moet zijn voorgevallen, zijn weg ook naar Pasuruhan gevonden had, en dat men daar reeds veel vroeger sporen vindt zoowel van brahmanisme (ciwaisme) als van buddhisme (mahayanisme), is uit verschillende opschriften reeds aan den dag gebracht4). Moeielijk is het dan ook aan te nemen» dat er bedoeld wezen zou, dat Mpu Purwa, van wien er sprake is, vóór hij lumaku mahdydna, heiden zou zijn geweest. Doch zoo dat niet het geval was, wat dan? Hindugodsdiehst zonder brahmanen, ook waar het het noordelijk buddhisme geldt, dat bijv. in Nepal ook brahmanen kent en erkent, (en het buddhisme op Java komt in zijne vormen dat van Nepal het meest nabij), is toch wel niet denkbaar, en Mpu Purwa was later toch boddhasthdpaka; dat hij brahmaan was wordt wel niet gezegd, maar, zélfs al neemt men aan, dat alles wat uit de oudere opschriften uit die buurt aan 't licht kon worden gebracht, dat de oude toestand, dien wij daaruit konden leeren kennen, geheel vergeten was, toch schijnen in deze bijzonderheden de hier aangetroffen berichten met elkander te strijden, ook al zou de boven gemaakte veronderstelling, dat mpu Purwa na Lohgawe in Pasuruhan zou zijn gekomen, juist zijn, want alles en alles in het voorafgaande, dat toch in Pasuruhan speelt, wijst er op, dat men daar toch al geen heiden meer was. Desniettemin verdient het hier wel de aandacht, dat in de 10e en lle, en zelfs in de 12° Caka eeuw, van eigentlijk gezegde opschriften, of zelfs steenen met jaartallen, in Pasuruhan en hetgeen oostelijker ligt, geen sprake is; daarvoor zie men de uit: mijne aanteekeningen aangevulde lijst van jaartallen der inscriptie's op Java in Dr. Verbeek's Oudheden van Java, [later bijgewerkt in Tijdschr. Bat. Gen. 53 (1911) p. 229—268, met aanvullingen Tijdschr. 56 (1914), p. 188—193, Oudh. Versl. 1915, 2, p. 86—88 en 1916, 4, p. 148 sq.] waarbij men in 'toog moet

1) Deze plaats in de Pararaton is, zooals een ieder begrijpt, de oorsprong voor de stelling der Baliërs, dat alles \>p Oost-Java en Bali uit Daha (Kadiri) kwam.

2) Ook Janggan of de Janggan van Sagënggëng, de vader van tuhan Tita, was een bhüjangga.

3) Althans niet in deze late periode; oorspronkelijk schijnt het Javaansche Buddhisme inderdaad hinayanistisch te zijn geweest. Zie p. 737 van de Barabudur-monografie (1920) en De Sumatraansehe periode der Javaansche geschiedenis (1919) p. 23—25.

4) Men denke slechts aan Mpu Sindok's .pra'cdstïs. — Reeds de in 682 Q. gedateerde Inscriptie van Dinaja, uitgegeven door Bosch in Tijdschr. Bat. Gen. 57 (1916) p; 410-444, doet een Hind u-maatschappij met brahmanen kennen.

0

Sluiten