Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijne heeren, bij u mijn toevlucht zoeken: de koning wil mij straffen, omdat ik u op zijn bevel uit den weg moest ruimen, (maar er niet in ben geslaagd). Neemt mij een eed af, als gij mij niet vertrouwt '); ik zal u trouw dienen". Eenige dagen, nadat zij hem beëedigd hadden2), kwam. Lëmbu ampal tot de prinsen, zeggende: „Hoe wilt gij 3), prinsen? Er komt geen einde aan dat verscholen zitten. Ik zal straks iemand van Rajasa, als hij zich baadt4), doorsteken".

Dien avond nog deed Lëmbu ampal dat, naar Sinëlir s) vluchtende toen er alarm werd gemaakt0). Toen zeiden de lieden van Rajasa: „Iemand van Sinëlir heeft er een van Rajasa doorstoken". [Twee'dagen later doorstak Lëmbu ampal iemand van Sinëlir, en vluchtte, toen hij vervolgd werd, naar Rajasa. Toen zeiden de lieden van Sinëlir: „Iemand van Rajasa heeft er een van Sinëlir doorstoken ')]. Daarop twistten de lieden van Rajasa met de pangalasan van Sinëlir. Het kwam tot een hevig gevecht, met vele dooden aan weerskanten 8), en toen zij van wege den vorst uiteengedreven werden, gehoorzaamden zij niet. Hierover ontstemd, liet deze de beide batur's (chefs?)0) uit den weg ruimen.

Hoorende dat de beide batur\ l0) uit den weg waren geruimd, ging Lëmbu ampal nu tot de lieden van Rajasa, en zeide tot hen: „Als men u uit den weg wil ruimen, neemt dan uw toevlucht tot de beide prinsen, want zij zijn er (nog)". De lieden van Rajasa beloofden het, en zeiden: „Lëmbu ampal, breng deze wong batur ") tot hen". De oudsten van de lieden van Rajasa werden bij de prinsen gebracht. „Heeren", zeiden zij, „sluit u aan 12) bij de lieden van Rajasa; alles wat gij beveelt (zullen zij doen); neemt hun een eed af tegen een mogelijke ontrouw, doch zoo iets zal niet voorkomen (?) 13)".

Ook de lieden van Sinëlir, wier oudsten ontboden werden, legden een gelofte af als de lieden van Rajasa, en de beide batur's ,é) kregen, nadat zij beëedigd waren, de opdracht: „Heden avond moet gij beiden hier komen, een ieder met zjjn mannen, en op de kraton een aanval doen" 15). Zij gingen daarop weer naar huis.

1.) Lees den-pakanira. In plaats van tan kandel geeft B tan dndey. '■'

2) B geeft sinewagara kalih dina.

3) Lees wèkas-pakanira.

4) J:- ontbr. bij V.d.Tuuk.

5) J.: de Sineür's; wel twee soorten van lijfwachten.

6) In 'tJav. ingalokën; te lezen ingalokakën.

7) Dit stuk is in de eerste editie uitgevallen.

8) In 'tJav. rame alolongan.

9) J.: twee gebieders van een batur.

10) J.: lieden van de beide batur's.

11) J.: (overgebleven) menschen van de batur ook.

12) In 't Jav. sakitaha. — J.: maak tot uw dienaren. Krama van sakuta, V. d.T. dentale t, voor een ander schuld betalen, doordat hij dienen moet; iemand aan zich verplichten.

13) In 't Jav. pahea rika denipun angawula. — J.: als zij niet trouw gediend hebben, alsdan anders hun wijze van dienen zal zijn [zeer onduidelijk, en misschien verkeerd gelezen. Kr.].

14) J.: afdeelingen. Boven „nadat zij beëedigd waren" heeft J. nog geschreven: „in overeenstemming was 't".

15) J.: overval doen (gelijk dieven).

Sluiten