Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met den avond kwamen zij allen met hunne mannen tot de prinsen, allen vol moed '); daarop gingen zij naar de kraton, om er antuk te loopen 2). Apanji Tohjaya schrikte hevig, vluchtte hals óver kop3) doch kreeg een niet direct doodelijke speerwond. Toen het rumoer bedaard was, zochten zijne dienaren hem; zij namen hem op en vluchtten met hem naar Katang lumbang. Daarbij raakte van een der dragers [18] de sarung 4) los5) zoodat zijn achterste0) te zien kwam. Panji Tohjaya riep heni toe: „Maak je sarung in orde, je achterste is te zien". Die billen waren de reden, dat hij (Tohjaya) niet lang koning was. Te Lumbang katang aangekomen, overleed hij. Daarop werd hij bijgezet te Katang lumbang. Zijn dood had plaats in Qaka 1172.

AANTEEKENING.

Bij het voorafgaande valt niet veel op te merken, te minder daar in de vertaling voor de duidelijkheid tusschen haakjes de familieverhouding der hoofdpersonen reeds werd toegelicht.

Rajasa en Sinëlir werden in de vertaling opgevat als waren dat plaatsnamen. Het is volstrekt niet onmogelijk, dat dat onjuist is. Rajasa was Ken Angrok's koningsnaam, en met wong Rajasa zou dus ook een bepaald soort van menschen, een lijfwacht bijv., kunnen zijn aangeduid; of wel het zou ook een partijnaam kunnen wezen. In dat geval is vermoedelijk ook Sinëlir dat. Let men er nu op, dat Tohjaya gesproten, was uit een bini haji (een sëlir), en die beide neven van hem door hunne vaders, Anüsapati en Mahisa wong atëlëng, uit de ratu, Ken Pëdës, dan doet men onwillekeurig de vraag of de list van Lëmbu Ampal niet hier op neerkwam, of opgevat moet worden, als zou hij aan de eene partij, die welke liever iemand aan het bewind zou hebben gezien geboortig uit Ken pëdës, de wong Rajasa, een gegronde aanleiding hebben willen geven, zich te werpen op de andere, de wong Sinëlir, die Tohjaya, uit een bini haji gesproten, voorstond. Tohjaya tracht een einde te maken aan de gerezen twist. Als hem dit niet op een zachtere Wijze gelukken kan, wil hij met hardheid optreden. Het hoofd Van de wong Rajasa, die den eersten aanval hadden gedaan, wordt met den dood bedreigd en acht zich verongelijkt, want een dér wong Sinëlir had toch een der zijnen gedood; ook het hoofd van de tcong Sinëlir loopt dat gevaar, en volgens zijne opvatting al evenmin met reden, want de wong Rajasa hadden hen aangevallen, onder voorgeven natuurlijk, dat een der hunnen een wong Rajasa zou hebben geveld, en het gevolg is, dat zij zich beiden tegen hem keeren.

1) Lees wam. — J. wano, zich verzoenen (vgl. V. d. T.).

2) J.: overvallen.

3) J.: gescheiden. *

4) In 't Jav. gadag. — J. V. d. T. lancingan. — Rouffaer: kain pahjang.

5) J. kasingse, verschalkt.

6) In 't Jav. pamungkur.

Sluiten