Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*

Vertegenwoordigen de beide namen werkelijk die yan partijen, dan is de toedracht sprekender, en begrijpt men den gang van zaken ook beter ').

HOOFDSTUK IV.

WÊ^f'Rangga wuni, als koning Wisnuwardhatia. Caka 1172—1194 (1190)^

Daarop werd Rangga wuni koning (ratu). Hij en Mahisa campaka waren als twee slangen in één gat 2). Rangga wuni droeg als koning den naam Wisnuwardhana; Mahisa campaka werd ratu angabhaya3) met den naam Bhatara Narasingha. Zij konden het uitstekend met elkander vinden, en hadden geen oneenigheden 4). Bhatara Wisnuwardhana bouwde de kuta te Canggu noord, in Caka 1193. Hij trok op tegen Mahibit, om Lingganing pati uit den weg te ruimen. Mahibit,verloor het, omdat Mahisa bungalan er binnen kon dringen. Zijne Majesteit Rangga wuni was 14 jaar5) koning; hij overleed in 1194, en werd bijgezet te Jajagu. Mahisa campaka werd na • zijn dood te Kumëpër bijgezet; zijn pamëlësatan (?) °) was te Wudi kuncir.

aanteekenhtg.

Wie Rangga wuni en Mahisa campaka waren, kwam in het III6 hoofdstuk uit. Veel wordt er van hen niet verhaald, maar er zij er hier de aandacht op gevestigd, dat Rangga wuni als vorst Wisnüwardhana heette, en dat Mahisa campaka, als ratu angabhaya, den naam Narasingha droeg.

Wat de titel ratu angabhaya eigentlijk aanduidt, is niet vast te stellen. Het schijnt wel iets te zijn als nevenkoning of onderkoning'). Ook in Hoofdstuk XII komt hij voor, men zie aldaar.

Over Canggu, zie men beneden bij Hoofdstuk VI.

In de cijfers moet een fout schuilen. Boven werd reeds het vermoeden

1) Ia verband met een eveneens verre van duidelijke Nag.-plaats meent ook Poerbatjaraka (p. 255 der editie) dat bepaalde soorten van militairen bedoeld zijn. Overigens wordt Tohjaya in het gedicht volkomen genegeerd.

2) J. naga sa-leng. Ook Kawi Oork. Een gat vol naga's, 'tgeheele gat vol naga's. Of: zoo groot als een gat?

3) J. Vgl. aanh. bij V. d. T. s. v. kabaya.

4) In 't Jav. wiwal. — J. mogelijk ook = scheiding.

5) Dit klopt niet met de jaarcijfers.

6) J. V. d. T. naast het Hds.: zijn overlijden?? — P.: neven-bijzettingsplaats; wat men bij oen winkel een filiaal zou noemen. Een bij-tempeltje te Macan-putih (Bafiuwangi) heette panxlëncutan; mlencut en mlësat zijn bijna volkomen synoniem (zie Jav. Wdb. s. v.).

7) P.: onderdanige vorst; angabhaya is ngoko(?)-vorm van angabhadi, Jav. angabdi, bij iemand in dienst zijn, enz. — Verg. over deze waardigheid nog Versl. Med. Kon. Acad. v. Wet. Afd. Lett. 5: ii (1916), p. 314.

Sluiten