Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat Ciwabuddha de eigeattijke koningsnaam zou zjjn geweest is te betwijfelen, zelfs tegenover het feit, dat boven in het eerste hoofdstuk als zoodanig ook reeds werd aangegeven, dat Bhatara Guru een der namen was, die Ken Arok gedurende zijne regeering voerde. In een der door den Heer W. P. Groeneveldt in zijn aan Chineesche teksten ontleende Notes on the Malay Archipelago and Malacca ') medegedeelde beriohten, nl. dat omtrent Shih-pi, uit de geschiedenis

Kêrtanagara plaats (43:5). Blijkens 41:5 geschiedde in 1192 de verdelging van den hier Cayaraja geheeten snoodaard en werd in 1197 de Pamalayu begonnen, terwijl volgens 42:1 in 1202 nog een booswicht werd gedood- (Mahisa Kangkah) en in 1206 een expeditie naar Bali werd ondernomen, eveneens met succes.

i) Uitgegeven in de Yerh. van het Bat. Gen., deel XXXIX (1876), en later nog eens in Miscellaneous papers relating to Indo-China and the Indian Archipelago, reprinted for the Straits branch of the Royal Asiatic Society, Second series, vol. I, 126—262 (Trübner, 1887). [In T'oung Pao 7 (1896) vindt men nog Supplementary Jottings.] De cijfers tusschen haakjes in mijn verwijzingen slaan op deze laatste uitgave.

. Anderen, die vóór den Heer Groeneveldt ten deze het hunne leverden, waren:

Raffles, History of Java, 2d ed., 1830, bl. 138;

Amiot, in Mémoires concernant les Chinois par les Jésuites de Peking, Tome XIV (gereproduceerd door G. Schlegel in Tijdschr. Bat. Gen. XX, 1873, na bl 32);

Crawfurd, History of the Indian Archipelago, 1820,111, bl. 154 en volgg, doch vooral 164 en 166;

Klaproth, Notice d'une mappemonde et d'une cosmographie chinoises, Journal asiatique X (1832), bl. 522;

Rémusat, Foe koue ki ou relation des royaumes bouddhiques: voyage dans la Tartarie, dans 1'Afghanistan et dans lTnde, exécuté a la fin du IV" siècle, par Chy Fa Hian, traduit du Chinois et commenté; ouvrage posthume, revu etc. par MM. Klaproth et Landresse, 1836;

S. Muller, Bijdragen tot de kennis van Sumatra, bijzonder in geschiedkundig en ethnographisch opzigt, Leiden, 1846;

Schlegel, Iets omtrent de betrekkingen der Chinezen met Java voor de komst der Europeanen aldaar, in Tijdschr. Bat. Gen., XX (1873), bl. 19 (het opstel zelf is van 1870);

L. de Rosny, Les peuples de PArchipel indien connus des anciens géographes chinois et japonais; fragments orientaux traduits en francais, in Mém. de 1'Athénée oriëntale, I (1871), bl. 55;'

W. F. Mayei's, Chinese explorations of the Indian Ocean during the flfteenth century, China Review III (1874/75), bl. 219 en 321; en IV (1875/76), bl. 161.

Na hem gaf S. Beal, Two Chinese Buddhist inscriptions found at Buddha Gaya, Journal R. A. Soc. of Great Britain and Ireland, New Series, XIII (1881), bl. 552; Some remarks respecting a place called Shi-li-fo-tsai frequently named in the.works of the Chinese Buddhist pilgrim I-tsing, circa 672 A. D. (in van der Lith, Merveilles de 1'Inde, 1883—1886, bl. 251); en The situation of the country called Shi-li-fo-shai, Not. Bat. Gen. XXIV (1886), Bijlage I.

Voorts zie men ook Jacquet, Autres éclaircissements sur le planisphère et la cosmographie chinoise, Journal asiatique, XI (1833), bl. 285; W.. von Humboldt, Ueber die KawiSprache, I, 1836, bl. 15; van Hoèveil'in Tijdschr. N. I., 3" Jg., 1840, II, bl. 307; Walckenaer, Mémoire sur la chronologie de 1'histoire des Javanais, et sur 1'époque de la fondation de Madjapahit, Paris 1842 (die nog naar eenige oudere literatuur verwijst); Veth, Borneo's Wester-Afdeel ing, 1854, I, bl. 287; Lassen, Indische Alterthumskunde, IV, 1861, bl. 479; de Klerck, Lassen's geschiedenis van den Indischen archipel, 1862, bl. 99; Veth, Java, II, 1878, bl. 7; [2« druk I, 1896, bl. 8;] Kern, Over den invloed der' Indische, Arabische en Europeesche beschaving op de volken van den Indischen archipel, 1883 [Verspr. Geschr. VI, 1917, bl. 11]; van der' Lith, Merveilles de 1'Inde, 1883—1886, bl. 321; Brandes, Een jayapattra of acte van eene rechterlijke uitspraak van Caka 849, Tijdschr. Bat. Gen. XXXII (1889), bl. 98; van der Lith, Nederlandsch Oost-lndië beschreven en afgebeeld voor het Nederlandsche volk, 2e druk, 1893, 1, bl. 391.

Sluiten