Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Yünn dynastie (1280—1367 A. D.), wordt toch medegedeeld, dat, vóór de komst van de expeditie, die in 1292 A. D. (==1214 Qaka) door Kublai Khan (1280—1295 A. D.) naar Java werd gezonden en dat eiland in 1293 A.D. (= 1215 Qaka) bereikte '), „the king of Java, Haji Ka-ta-na-ka-la 2), had already been killed by the prince of Kalang 3), called Haji Katang4)", 11., bl. 26 (151). Het laat zich dan ook veel beter aannemen, dat hier als zoodanig Kêrtanagara in aanmerking moet worden gebracht. Ook van eene andere zijde blijkt dit. In een oorkonde nl. waarvan een klein stukje, het begin, reeds is uitgegeven 5), komt hij onder dezen naam voor, en uit die zelfde oorkonde werd door mij tevens reeds medegedeeld, dat men van hem ook bericht vindt, dat hij te Qiwabuddhalaya °), Qiwabuddha's huis, begraven of bijgezet zou zijn, wat het op zijne beurt weer waarschijnlijk maakt, dat de naam Qiwabuddha er een is, waarmede men den vorst, die ook „de tijdens het palmwijn-drinken omgekomene" genoemd werd, zie het volgende hoofdstuk en bl. 21, reg. 27, vereerd heeft7).

's Mans lichtzinnigheid of overmoed, die zich duidelijk kenbaar maken in het onverstandig uitzenden van die expeditie naar Malayu, en zijne zorgeloosheid bij het bericht, dat Jaya katong zich tegen Tumapël ten strijde had aangegord en diens leger naderde, wordt nader in het licht gesteld door een andere bijzonderheid in die Chineesche berichten vermeld. Het blijkt daar nl., dat de vorst van Java, waarmede die van Tumapël, en 'wel juist hij, bedoeld moet zijn, tot het

— Van de na de eerste Pararaton-editie verschenen litteratuur verdienen vooral vermelding:' I-tsing, Mémoire composé a 1'époque de la grande dynastie T'ang sur les religieux éminents qui allèrent chercher la loi dans les pays d'Occident, tr. Chavannes, 1894; I-tsing, A record of the Buddhist religion as practised in India and the Malay Archipelago, tr. Takakusu, 1896, verg. Kern, Verspr. Geschr. VI, 1917, bl. 211; Pelliot, Deux itinéraires de Chine en. Inde a la fin du VIII6 Siècle, Buil. Ec. fr. d'Extr. Or. 4,1904; Gerini, Researches on Ptolemy's geography, 1909; Chau Ju-Kua, Chu-fan-chi, ed. Hirth-Rockhill, 1911, verg. Pelliot T'oung Pao 13, 1912; Ferrand, Relations de voyages et textes géographiques arabes, persans et turks relatifs a 1'Extrême-Orient, 1913—1914; Rockhill, Notes on the relations and trade of China with the üastern Archipelago, T'oung Pao 16, 1915; Ferrand, Ye-tiao, Sseu-tiaö et Java. Journ. asiat. 1916; Ferrand, Malaka, Le Malayu«et Malèyur, Journ. asiat. 1918; Coedès, Le royaume de Crivijaya, Buil. Ec. fr. d'Extr. Or. 1918, 6; Ferrand, Le K'ouen-louen et les anciennes navigations interocéaniques dans les mers du Sud, Journ. asiat. 1919.

1) Over deze expeditie zelf zie men beneden.

2) 0A. ]a jjjfl jjjlj Ha-êe Ko-ta-na-kia-la; transcriptie van het Mongoolsehe tijdperk: *Ha-ce Ga-da-na-ga-la = Haji Kêrtanagara (rfoot van M. Gabriel Ferrand).

3) Ji|J Ko-lan (*Ga-lan = Kalang). F.

4) IjA. |pf ^ Ha-ce Ko-tan (*Ha-êe Ga-tah — Haji Katang). F.

5) De oorkonde van Qaka 1216, waarover beneden nader.

6) Zie Not. B. G. XXIV (1886), bl. 46.

7) De hierboven (p. 78 n. 1) aangehaalde oorkonden bevestigen ten volle, dat 's vorsten^ koningsnaam Kêrtanagara was. Op de oorkonde van 1273 (uitgegeven in de Singasari-monogralie, p. 38) wordt de koning aangeduid als sang lumah ri Qiwabuddha, en de Nag. 43:5 verhaalt eveneens, dat hij algemeen bekend was als sang mokteng (Jiwabuddhaloka. Door dit alles is volkomen duidelijk, dat inderdaad de „naam" Ciwabuddha aan de plaats van zijn overlijden is ontleend.

Sluiten