Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(er zal wel iets op gevonden kunnen worden, om het gebeurde weer ongedaan te maken), maar het moet langzaam aan geschieden". Daarop verzocht hij hem door naar binnen te gaan. Verder bood hij hem kleederen, gordels, en sarongs aan, die hem door 's regents vrouwen, waaronder 'de ken pinatih (raden ayu), werden aangeboden. De prins sprak toen: „Wiraraja, mijn vader, de verplichting die ik aan u heb, is niet gering-, als ik mijn doel bereik, dan zal ik Jawa in tweeën verdeelen, en gij zult de eene helft, ik de andere hebben". Wiraraja zeide: „Zooals u wil1), heer, als u maar eerst koning zal zijn geworden". Dit was de .afspraak van den prins met Wiraraja. Wiraraja verzorgde den prins buitengemeen; dagelijks gastreerde hij hem, om niet te reppen van den palmwijn, dien hij hem schonk. [22] Toen Raden Wijaya reeds vrij lang te Sungënëb was geweest, zeide Arya Wiraraja eens tot hem: „Heer, ik heb een plan; u moet bij Aji Jaya katong in dienst gaan, en voorgeven dat u om genade vraagt; u moet zeggen, dat u zich voor hem" bukt, en als nu Aji Jaya katong het goed vindt, dat u bij hem in dienst komt, dan moet u voor eenigen tijd naar Daha gaan; blijkt het dan, dat hij in u vertrouwen is gaan stellen, dan vrage u hem om de woeste gronden van de lieden van Trik, om er een desa van te maken. Madureezen zullen het terrein schoon hakken, en die desa aanleggen; dichtbij wonen 2) er Madureezen en dezen zullen tot u komen. U moet bij den vorst zelf in dienst gaan, om Aji Jaya katong's lieden goed op te nemen; u moet weten wie trouw, wie krijgshaftig, wie lafhartig of bekwaam is, voornamelijk wat Këbo mundarang's karakter is. Heeft u allen goed opgenomen 3), dan vraagt u verlof om te gaan wonen in de desa, die de Madureezen op de woeste gronden van de lieden van Trik zullen hebben aangelegd. Voorts zal het ook goed zijn *), om als er van- uwe lieden uit Tumapël weer tot u komen, hen aan te nemen; zelfs als er lieden van Daha tot u hun toevlucht nemen, moet gij voor hen opkomen, en als u de troepen van Daha meent te kunnen staan 5), (dan zal het de tijd zijn uw slag te slaan). Ik zal Jaya katong nu bericht zenden". De persoon,-die den brief0) moest overbrengen, vertrok, stak over'naar Jawa, en gaf zelf den brief te Daha aan Aji (Jaya) katong. De brief luidde: „Heer, onderdanig doe ik u weten, dat uw kleinzoon vergeving verzoekt, hij wil zich aan Uwe Majesteit onderwerpen; ten dezen late u weten wat u beslist, of u het goed vindt of niet". Aji katong zeide: „Hoe zou ik het niet goed vinden, dat mijn jongen, Arya')

1) In 't Jav. sawadimpun. — J. Bij V. d.T. wadi = beteekenis; sawadine — de heele beteekenis ervan. Vert.: ik houd u er aan.

2) In 't Jav parantunan, krama-vorm van oud pardryan (waaruit pararen, pareren paleren), zie ook bl. 23 reg. 11. — J.: tijdelijke verbHjfplaats.

3) In 't Jav. katëpas. — J. V. d. T. doorgrond (van iemands karaktèr).

4) J.: Het voordeel zal zijn.

5) J.: moet gij hen niet uitleveren, als. u de troepen van Daha kunt staan (de zin tusschen haakjes schrappen).

6) In 't Jav. sawala.

7) In 't Jav. arsa. — J. Schijnt titel óï naamdeel. Zie V. d. T.

Sluiten